Het loopt me weer eens over

Beste mens,

Het is ondenkbaar dat een mens ons in de modder van de afgelopen dagen zou vervoegen in de uiterst zinvolle activiteit van het modderrollen gevolgd door het onvermoeibaar verder werken aan projecten onder de grond die tot enige doel hebben onze zelfstandigheid en uiteindelijke hygiëne te bevorderen. Deze techniek is bijzonder gezond en overbekend onder ons dieren. Mijn roedelgenoot Titus, die zeer sjouwerig van aard is op dat vlak en tonnen aarde en modder kan verzetten  teneinde tot een onvergetelijke scrubbing te kunnen komen, houdt er niet alleen een waterdichte vacht maar ook een ongewone lichaamskracht aan over. ‘Het loopt me weer eens over’, is de vrolijke uitdrukking die hij gebruikt als hij na lange tijd weer eens bovengronds komt.

Omwille van dat laatste hoopt hij eerbied en roem te mogen ontvangen van mens en beest. Modder is energie voor hem en hij is inmiddels kampioen geworden in het camoufleren van zijn eigen geur, een kunst onder de dieren.

In zijn geurloos zijn, gebeurt het dat zijn roem hem vooraf gaat en ze hem – om hem toch van dichtbij te leren kennen – willen helpen door mee in de flow van de feeststemming te gaan. Heel vervelend vindt Titus dit , want een dergelijke inmenging zou mogelijks zijn eigen prestatie zichtbaar doen verminderen en dus is dit iets wat hij niet tolereert, deze held van de onderwereld ( dit laatste heeft hij mij onder lichte dwang doen schrijven in ruil voor hapjes van twijfelachtige aard ).

En als deze held ( ?? ) dan uiteindelijk weer bovengronds verschijnt met een impressionante bruin zwarte kleur, zien we een wezen dat knippert met zijn ogen, schitterende lome draaiingen maakt waardoor de gang wel sierlijker moet worden met een blik die de bewonderende blikken van de omstaanders hoopt op te vangen en ogen die een glans van verheugenis krijgen. Dan is er niets wat hem ook maar enigszins verstoort want in hem doemt het geluk op. Volmaakt van vorm en glanzende modder.

Gierende honger, verrek !

Waarde lezer,

Er dient vandaag één en ander gezegd over mijn prangende bezorgdheid rond eten.

Onlangs zag ik op een koude, gure dag een zeer mager mens bij ons. Het lieve kind leek vet en bloed te missen.  Alsof haar lijf toestemming had gekregen om de vloer met haar aan te vegen of was het andersom? Alsof het lijf een lesje moest krijgen. Dat lijfje leek luchtig maar voelde zwaar. Een domper op de lichte luchtigheid.

Het waarom van deze schriele mens was mij niet helemaal duidelijk maar het voelde als een vreemd sfeertje. Door oogspleetjes keek ik aandachtiger naar het meisje. Op dat moment kreeg ik een inzicht. Het gebeurde plots, nadat ik voorzichtig had kunnen snuffelen en een siddering langs haar rug zag gaan; Ik besefte dat de mens ontelbare manieren heeft gevonden om zichzelf te pijnigen.

Deze mens keek triest uit de ogen. Het geknars van haar bewegingen was huiveringwekkend. Iedere ademhaling leek gepaard te gaan met een licht steunen en hijgen.. een dreunen dat eigenlijk geen dreunen was omdat het werd ingehouden, als in, ik moet voortgaan, altijd voort gaan, onafwendbaar tot het laatste leven dit lijf verlaten heeft.

Ik zette mijn poten dus behoedzaam neer rond haar, bang dat dit mensje zou breken, en ik ging liggen om na te denken over een lijf dat een klacht leek te zijn tegen het leven zelf. Als hond is zoiets voor mij onbegrijpelijk. Ik werd in en in triest.

Mateloos, zal de tijd zijn

Beste lezer,

Van wie is de tijd ?

Die vraag stelde ik me een tijdje geleden toen ik langere tijd alleen met mijn vriend Titus ( en vijand Remus ) thuis was. Ik was verzonken in een toestand van gespannen leegte waarin ik alert wegdoezel terwijl ik de boel in de gaten houd. Titus wordt onrustig van dit soort wachten en ligt dan zachtjes te janken alsof de tijd zich daar iets zou van aantrekken.

Je moet weten ; als hond houd ik me nooit bezig met verleden tijd. Ik kijk niet terug en ik kijk niet vooruit. Dat stimuleert de feestvreugde.

Tijd, dat is dan misschien wel ; de zon die ondergaat, het moment dat je etensbak wordt geserveerd en het moment dat mijn werkdag erop zit en ik aan mijn schoonheidsslaapje kan beginnen.

Als er bij ons nieuwe, bij tijden erg onrustige mensen aankomen wacht ik steeds ongeduldig op het moment dat mijn mens zegt : ‘Hier leven wij in dierentijd, niet in mensentijd’. Vervolgens kijk ik gespannen naar de uitdrukking op het gezicht van de mensen, wezens die meestal veel volle en weinig lege tijd lijken te hebben. God mag weten waarom ze alle tijd  vol willen hebben. Misschien zijn ze bang van lege tijd ?  Bovendien gedragen ze zich alsof tijd hen misschien gegund wordt, ze tijd moeten verdienen, zien te winnen of proberen geen tijd te verliezen.

Vreemd ! Tijd lijkt iets onzichtbaar waarvoor gestreden moet worden. Het lijkt wel een geheim verbond met de tijd waaraan de arme mens eeuwige gehoorzaamheid heeft beloofd. Geen hond die daar iets van snapt.

Eenzaam wurmpje, zo’n mensje.

Beste lezer,

Ga nooit met een baby aan de haal, als hond, zo doceerde ik mijn goede vriend Titus, toen hier een poosje geleden een klein mensje werd binnen gewield in een soort fout roze kruiwagentje.

U kent ze wel, die baby’s.. die als prinsjes en prinsesjes geëtaleerd worden waarna elk mens die je dacht toch een beetje te kennen transformeert in een soort kirrend onuitstaanbaar wezen.

Ik verwittigde Titus dus, dat dit wel degelijk een mensje was en dat alles rond zo’n wurmpje be(ge)laden was. Uit de buurt blijven dus en alle charme registers opentrekken zodat je als hond niet helemaal op de achtergrond verdwijnt. Alle ogen zijn nu op het baby’tje gericht.

Nochtans, bij nader inzien, lijkt ontzag hier niet op zijn plaats.

Vooreerst is het wurmpje helemaal alleen , ongetwijfeld eenzaam want alleen op de wereld komen is voor ons honden vrijwel ondenkbaar.  Mijn eigen nest telde 9 pupjes, dat van Titus de volle 11 ! Met zoveel broertjes en zusjes kan je wel wat aanvangen.. maar alleen ??? Dat geeft te denken.

Verder lijkt dit wurmpje niks van betekenis te hebben meegekregen : Zitten kan het niet, lopen al zeker niet en het hoofdje lijkt enkel wat te kunnen wiebelen.. Over de nek wil ik het dan nog niet eens hebben.. Die lijkt van rubber te zijn.

De uitwerpselen liggen in een pakje rond het kind. Ook vreemd. Maar persoonlijk vind ik dat aspect minder afstotelijk.

Er zijn nog meer dingen die twijfel wekken aan de bejubelde aard van het kindje : geen tanden, geen klauwen, geen vacht : een hopeloos geval, een tandeloze made, een kwijlende cocon ( al hoor ik over dat laatste eigenlijk geen opmerkingen te hebben ). Misschien zijn dat dingen die naderhand toch nog in orde komen ?

License to kill

Lieve lezer,

Gebraden kippen vertellen niet veel. Als ze – als jong prooidier – met hun drukdoende moeder meelopen weten ze nog niets over gewichtige zaken zoals de wetenswaardigheden over roofdieren; vossen bijvoorbeeld of erger nog mensen en dat deze, als koning der creaturen, om een duistere reden, het monopolie hebben over de vergunningen op leven of dood. En dus moeten die beestjes zelf maar zien hoe ze dingen te weten komen, van andere beesten bijvoorbeeld.

Deze gebraden kip, waar ik op dit moment gebiologeerd naar staar, heeft zich er waarschijnlijk nooit het hoofd over gebroken waarom niet ik maar zij op een bord terecht moet komen, waarom zij in de categorie ‘niet aaibaar, wel eetbaar‘ is terecht gekomen. De oorspronkelijke eindeloosheid van het leven is haar ontzegd. Zij was een prooidier natuurlijk, maar..

Als volwaardig en goed getraind roofdier, heb ik zo mijn bedenkingen bij die vergunningen en hoe die toegekend worden.

Dat de mens zichzelf als opper-killer heeft uitgeroepen is onderhand wel duidelijk. Of hij zich als verstandig roofdier gedraagt, is een kwestie die hier misschien niet het onderwerp van debat moet worden. Ik wil tenslotte aaibaar blijven. Waar eindigen we anders ?

Maar hoezo bepaalt de mens wie welke vergunning krijgt als roofdier, wie mag blijven leven, wie dood moet, wie belangrijk is, wie onbelangrijk is, wie voorrang krijgt en wie op de achtergrond moet verdwijnen ?

Neem nu de kat ( ik noem geen namen ! ). Hij lijkt van de mens een beperkte vrijgeleide te hebben gekregen om te killen doodeenvoudig omdat dat beest prooien pakt die de mens een beetje bibberig maken.

Neem dan de vos.. Veel discussie daar over de vergunning. Op sommige plaatsen wel een vergunning op andere niet.. Sterkte aan de vos die dat moet begrijpen.

Of neem de buizerds die hier  luidkeels rondhangen. Die hoeven geen vergunningen omdat ze er zich toch niks zouden van aan trekken. Een vogel lijkt aan het systeem van vergunningen te ontsnappen.

Hou er de hoogmoed in..

Beste lezer,

De toestand vorige week, met de heugelijke gebeurtenis van Titus’ verjaardag in het centrum, is zo’ geweest , dat je er nog moeilijk anders dan ernstig over kunt praten.

Als een hond verjaart en hij lekkers en aandacht krijgt is dat natuurlijk leuk mee genomen maar het blijft een pleister op de wonde. Je zal even goed als wij op de hoogte zijn van het dramatische familiaal gemis dat ermee gepaard gaat. Soit. Voor Titus blijft het een bijzonder pijnlijk gegeven. Samen jarig zijn met 10 broertjes en zusjes maar je verjaardag zonder hen moeten vieren zonder 1 enkel familielid, dat valt zwaar. We hebben niet te kiezen. Onze pa hebben we nooit gezien. Hij is een reu die komt en gaat, een patroon die van hem een natuurlijk zelfbewust wezen maakt. Daar hebben we ons allemaal bij neergelegd. Onze ma heeft niet de luxe gehad om kieskeurig te zijn. Elke liaison is gearrangeerd en uitgekiend. De broers en zussen zien we enkele weken als jonge hond. We beginnen allemaal als knuffeldier waardoor we schattig genoeg zijn om een mens te verleiden. Dat drama heeft tot gevolg dat we allemaal onderhevig zijn aan de grote scheiding. Weg familie, weg broers en zusjes, weg nest en moeder.

Het is op de geboortedag van een hond, dat niks zo vluchtig besterft als de inwendige glimlach over de ontvangen goodies. Wanneer plots een trieste ondertoon de overhand neemt, weet ik dat mijn makker en huisgenoot, met diepe weemoed terug denkt aan zijn familie, zijn moeder – die zich reeds over vééél puppies ontfermd heeft, en aan zijn broers en zusjes waarvan hij aan 1 broertje extra was gehecht.

Wees stil als een berg maar stroom als een wilde rivier

Beste Lezer en ook beste honden vrienden,

Vandaag richt ik mij niet enkel naar de mensen maar evenzeer naar mijn 4 potige honden collega’s, die, naar ik heb begrepen ook nu en dan deze blog voorgelezen krijgen. Voor de mensen die vooralsnog willen weten wat hier onderling onder honden wordt besproken, ga uw gang. Lees verder. Het is toegestaan.

Wel waarde honden, het geval wil dat ik regelmatig mag observeren dat honden de energie van hun baasjes overnemen terwijl net die energie gestrest, zenuwachtig , donker of negatief blijkt.

Waarde confraters. Laat mij u in zo’n geval enkele tips geven om uw eigen ( of een ander) mens verder te helpen. Elk van jullie weet dat de mensen alle hulp kunnen gebruiken die er te krijgen is.

En dus :

1, Leer uw mens de kunst van zelf gecentreerde meditatie – een woord waar ik hard heb moeten op oefenen, maar het maakt wel indruk neem ik aan.

Neem een typisch doorsnee hondenleven : slaapje in de mand, beetje kijken door het raam, likje aan de poten, jezelf beetje opschuiven naar een zonniger plekje, een slok water nemen, geeuwen , stretchen en nog een dutje doen. Voor het ongetrainde oog van een mens lijkt het of wij de ganse dag slapen. Sommige gaan zo ver te zeggen dat we lui zouden zijn. Maar vergis U niet. De hond is in diepe relaxatie. Hij is in deze gemoedstoestand in volle overpeinzing omtrent de meest fundamentele levensvragen, zoals : Wanneer komt nu het eten ? Waar leven de eekhoorns precies ? En wat doe je met een mens die geen snars van je taal begrijpt ?

Verpletterende humor

Waarde lezer,

Welbeschouwd is het al niet een toppunt van vermakelijkheid als een kleine wit mormelhondje zijn tandjes laat zien naar een vijand die nergens te bekennen is, maar wanneer een volwassen hond de roedel ingaat en dit onophoudelijk zou doen, zou dit een walgelijke en onwaardige vertoning vormen; al is het vermaak op zich misschien wel onschuldig.

Sommige mensen zijn wel en beetje anders dan anderen en hetzelfde geldt voor dieren. En sommigen vinden voldoening in het overtuigen van de anderen dat net zij anders zijn. Dat ze dit althans mogen hopen.

En af en toe is er eentje die niet weet dat er dingen zijn die men niet doet. Nooit.

Je toont je tandjes niet aan een nepvijand en wanneer een hond besluit te gaan liggen omdat hij duidelijk moe is, dan beuk je daar niet tegenaan, althans niet expres.

Maar het witte nep uitziende hondje Daffy, dat vorige week bij ons en de jongmensen verbleef , deed dit echter onmiddellijk zodra hij een hond aanstalten zag maken om te gaan liggen. Hij bonsde dan met zijn kop tegen de liggende hond op en liet belachelijke tandjes zien, waarna hij kalm weg drentelde én nadrukkelijk omkeek.  Daffy keek vervolgens op zo’n wijze die zo veel zekerheid uitstraalde omtrent het welslagen van zijn unieke geestigheid dat de andere honden verbluft afzagen om hem mores te leren. Het was een vreemd soort humor die eigenlijk niemand begreep. Er waren die dag nog meer voorbeelden van zijn bizarre humor. Zag hij meer dan 2 honden samen, dan werd hij onrustig. Dan botste hij er plompverloren tussen in, terwijl hij systematisch de lol voor anderen bedierf. Deze dag leek te gaan bestaan uit vele vergalde momenten. Ook voor Daffy leek de humor geen genot te zijn. Het leek hem zelfs heel wat moeite te kosten om alles voor iedereen te verpesten.

Poging tot instinct

Geliefde lezer,

Het wil wel eens gebeuren dat de jongmensen bij Patrasche – zij die blijkbaar geholpen dienen te worden – al al hun krachten moeten bundelen om een bezoeker + hond te helpen. Zo’n bezoeker is dan een volwassen mens, vaak vol goede bedoelingen, die – samen met een hond – een onbelemmerd spektakel binnen brengt.  Zo ook afgelopen week. Een verontrustende situatie.

Een uiterst zenuwachtige mevrouw, in aanwezigheid van een al even luide en onrustige, slungelige puppyhond komt de site opgestoven.  Titus houdt de oren recht en de poten gereed om slimme dingen te doen, zoals zo ver mogelijk weg lopen.

( Titus laat zich snel beïnvloeden door de overheersende energie van mens en dier en weet zich dan geen raad met zichzelf. Het knaapje heeft nog veel te leren. )

Enfin.. Terwijl iedereen al reeds vermoeid de situatie tracht te overzien, voel ik bij de mevrouw een groot gevoel van onbehagen dat met een toppunt van overbodige excuses benoemd wordt als ‘enthousiasme’.

De bijhorende hond is jong en draaft als een veulen, over en langs iedereen heen. De mevrouw lacht zenuwachtige en verontschuldigend;  ‘jong en enthousiast’ murmelend.

Een poging van mij om het jonge beestje te kalmeren draait op niks uit. Het jong is te zwaar opgedraaid om zonder duidelijke waarschuwing te kalmeren. Niemand lijkt hier last te hebben van enig sturend instinct. Wat te doen ?

Ik kijk naar mijn mens die besluit tussenbeide te komen. Met een niet mis te verstane actie, laat ze verstaan dat ze genoeg heeft van deze situatie omdat de rust voor iedereen ver te zoeken is. Het is zaak om tot actie te komen. Maar het beestje heeft nog zo veel vaart en kracht over dat het hem moeite kost om te remmen.  Dus ik besluit haar te helpen ( Titus zit zichzelf inmiddels in zijn rolstoel rust toe te wiegen) door het kleine ukkie ernstig duidelijk te maken dat het stilaan genoeg is.

Het beestje schrikt, kalmeert eventjes en gaat liggen om vervolgens de welbelkende ‘ poor-me- look’ te hanteren om zijn mens te vermurwen om snel weer over te gaan naar het vervolg van dit dolle foute feestje.

De look werkt. De mond van de mens trekt zich in een trieste grimas en ze neemt het beestje in haar armen, smeltend van meelij waarop al snel het lawaai en het gedraaf terug kunnen beginnen. ‘Ik regel het wel’ verontschuldigt de mevrouw zich, maar iedereen kan voelen dat dit niet gaat gebeuren, in tegendeel zelfs. Zonder acht te slaan op wie of wat dan ook,  is het mormeltje ondertussen beginnen rijden op een kleine wit hondje dat hem verontwaardigd afschudt. Het wordt duidelijk dat hier meer nodig is dan een voorzichtig advies.

Het leven is dood en opgevreten maar de honger gaat door.

Liefste lezer,

Niet alles en iedereen hoeft een naam te hebben voor ons roofdieren. Jullie – de mensen – en wij de honden hebben lang geleden besloten dat er dieren zijn die we eten, dieren die we aaien en dieren die we haten. Dat is niks nieuws. De spin die je net hebt doodgemept krijgt geen graf maar verdwijnt in de vuilnisbak. Het stuk kip op jullie bord wordt niet betreurd en ook het konijn tussen mijn tanden draag ik enkel een warm gevoel toe omwille van zijn verdomd lekkere voedingswaarde.

Tot zover dacht ik dat alles duidelijk was. Tot ik afgelopen week weer helemaal in de verwarring terecht kwam.

Het begint bij een jong mens die hier samen met andere mensenjongen over de vloer komt. Een mensenjong dat lijkt te leven op de rand van het bestaan en zeer veel besluiteloosheid toont ten aanzien van het doel ervan, brengt een heel eigen sfeer in onze roedel. ‘Dood aan het leven’, placht hij te zeggen en daarbij gaat een siddering door zijn lijf. ‘Dood als straf voor allen’, is een andere vaste zinssnede. Daar hebben we met z’n allen niet van terug want om zijn woorden kracht bij te zetten probeerde dit jong mens zoveel mogelijk te doden;  planten, kleine diertjes, struikjes… Om efficiënt te zijn in deze onderneming zwaait het jongmens dan wild met kleine stokjes rond zich heen in de hoop een vlieg of een vlinder te kunnen neermeppen. Op nadrukkelijke vraag van mijn mens mag hij niet stokzwaaien in de buurt van honden en mensen. Gelukkig ! Enfin.. Ik vind het een nogal omslachtige manier van jagen.. Eéntje met veel verlies aan energie maar er is wel meer dat ik niet begrijp van mensen.