Maand: december 2022

Een proef der werkelijke eenzaamheid

Beste lezer,

Bonnie was een gehaat hondje. Reeds zijn simpele verschijning in de kring deed de andere honden hun humeur verliezen want honden houden niet van geveinsde zwakte en deze eigenschap bezat Bonnie in hoge mate. Als de geveinsde zwakte door een mens versterkt wordt met medelijden is de feestvreugde helemaal ver te zoeken. Zo’n hondje is ooit eens uit evenwicht geraakt, toonde aldus waarschijnlijk eventjes een moment van zwakte en dat werd dan per direct beloond door een mens met een buitensporige portie aandacht.

Bonnie was dus angstig, en deze angst had zich als een lopend vuurtje in zijn lijf, zijn hoofd en zijn leven verspreid. Hoe meer angst hij toonde, hoe meer aandacht hij kreeg. Hij was niet enkel meer angstig voor wind en regen maar voor ongeveer elk geluid, of het nu uit de natuur of uit een mensen-apparaat kwam. Plotse beweging, een vallende object waren voldoende om hem helemaal van zijn apropos te brengen. Het beestje was mager, bibberig en al licht grijzend. Klaarblijkelijk at het nog nauwelijks. Zijn mens was radeloos, triest en liep over van medelijden.

Bonnie zelf had ook erg te doen met zichzelf. Hij vond de andere honden onnozel, onbezonnen en naïef. Hij wou dat ze maar eens kennis moesten maken met de angstige realiteit van het echte leven. Het leven, zo meende hij, brengt namelijk altijd iemand op andere gedachten.

Bonnie was dus voor een dag begeleiding afgezet bij de dieren en mensen van Patrasche en algauw zou hij kennis gaan maken met de befaamde werkelijkheid. Alle ander honden en mensen vormden samen ook de realiteit in wat ze de hele dag deden en dachten en Bonnie hield zich daar volkomen buiten. Hij keek de mensen één voor één strak aan, wachtend op een teken van medelijden. Dat was de storende noot nummer één. De jong mensen in de kring, die geleerd hadden over geveinsde zwakkigheid en het opeisen van medelijden, sloegen geen acht op hem. Bonnie voelde de bui van verandering hangen want hij begon over zijn hele spichtige lijfje te trillen en de frons in zijn voorhoofd leek vol verontwaardiging te zeggen ‘ge moet maar durven’.

Gedoofd is haar tegenwoordigheid mij liever

Beste lezer,

Een mensenmoeder waarover ik het hier eventjes wil hebben en die hier laatst donderend binnen waaide, dwaalt al dagenlang als een overbelaste herinnering in mijn kop; vooreerst omdat het mens rook als haastige en agressieve wanhoop maar ook omdat ze als een tornado het domein leek te zullen overnemen. Beangstigend. Het mens leek een extra vacht te hebben die druk waaiend alles naast zich weg maaide terwijl ze met denderende voetstappen voorbij hoste, een kind voor zich uit duwend.

Deze imponerende mens ging niet zitten waar haar gevraagd werd te gaan zitten. Ze sprak luid in een vreemde taal, lachte hard en schel en keek uitzinnig uit de ogen als in een dolle drift. Ze sprak duidelijk dure woorden want regelmatig zag ik de andere mensen de ogen neerslaan alsof een reactie hier geen enkele zin had.

Het jong van deze mens – een meisje – zei niks en keek verveeld naar de grond. Er leek een enorme treurigheid rond haar te hangen. Toen het duo eindelijk zat en de moeder wild gebarend iets proclameerde (het ging over de dood en het meisje), leek het kind langzaam te verstenen alsof dit haar natuurlijke toestand was. Hoogst verontrustend !  Alle leven leek uit haar weg te trekken.  Ik vroeg me af of ze niet al aan het dood gaan was. Alleen diep in haar ogen leek nog een lichtje te branden.

Mijn mens stuurde me richting meisje, zodat ik mijn hoofd op haar schoot kon leggen en haar kon verwarmen en plots ontwaakte er iets in de steen, en wel het verlangen om te bewegen. Er was nog iets in het meisje dat haar handen beval zich aan me vast te klemmen. Ik liet me gewillig klemmen maar toen de moeder de warmte en aandacht naast zich zag greep ze me plots en met een bliksemsnelle handgreep bij mijn collier, trok me naar haar toe en dwong mijn kop op haar schoot te leggen.

Ik schrok me de pleuris en zag uit mijn ooghoeken hoe – bij het meisje- het verlangen om te voelen en te ervaren nu ook en terug versteende. Nog even en de steen zou vallen en als de steen eenmaal op de grond lag, zou hij nog verder vallen. Dat kon niet, maar vandaag, ja vandaag kon het toch en opende de grond zich en de steen kon verder vallen. En hij viel. In het meisje doofde de laatste aanwezigheid. En ook ik voelde me verstenen. Gedoofd was haar aanwezigheid de moeder liever. De beklemming van het tafereel sloeg me om het hart.

Steelt wie zich bestolen voelt

Lieve lezers,

Er zijn mensen die bij hoog en bij laag volhouden dat stelen een onfrisse praktijk is die niks met kennis en kunde te maken heeft. Sterker nog het zou een feit zijn dat bestraft moet worden maar de afgelopen weken, sinds het plaatsen van bomen en lichtjes, is er voldoende reden om aan te nemen dat de situatie die tot stelen aanzet zich meerdere keren zal opdringen, en het sportieve karakter ervan weer zal kunnen zegevieren. In al zijn vormen passeren dan goodies, cadeautjes, lekkers.. voorbij onze trillende neuzen. Maar als ze jouw mandje voorbij gaan, zit er niks anders op dan jezelf te bedienen, een kunst die nog steeds verstoken is van de waardering die ze verdient.

Ikzelf heb geleerd terughoudend te zijn op dat vlak maar Titus, die – sinds hij enkele brieven heeft geschreven – vindt dat zijn rechten automatisch zijn toegenomen, en dat het toebedelen van extra’s en bonussen zwaar ondermaats te noemen is, heeft alle scrupules omtrent stelen naast zich neer gelegd. Ook de term stelen, is , samen met de scrupules verdwenen uit zijn terminologie. Hij gebruikt nu de term ‘indoor jagen’. Een kunst en ambacht die samen met ijverige snelheid, en behendigheid soms grenst aan atletische perfectie. Lyrisch wordt hij ervan als hij de strooptochten uit het verleden overdenkt, alsook deze die hij in de toekomst nog gepland heeft staan.

De laatste tijd is er behoorlijk wat beweging en evolutie in onze jachtkunst gekomen. De geleverde inspanningen om de diefstallen te verdoezelen worden stilaan minder. Meer zelfs; de steeds duidelijkere verwachtingen om qua extra legale voordelen niks tekort te komen, lijken ons nu een recht, als het al geen plicht is van elke zichzelf respecterende hond die een twijfelachtig loon krijgt om dag in dag uit te werken, op te letten en te waken.

De twijfel over de goede afloop van een strooptocht verdwijnt uiteindelijk helemaal en maakte plaats voor de zekerheid dat we eindelijk begonnen zijn met het opeisen van onze rechten. Het verhaspelen van stukken chocolade voelt in dat kader als een zoete wraak voor te lang verguisde rechten.

‘Neem voortaan wat je nodig hebt’ sprak Titus laatst heel chique. Het klonk grappig en ook wel ongepast. Daarna kauwde hij met grote bewegingen, verscheurde de verpakking van een pak koekjes, vrat dat alles secuur op en voelde al vretend hoe zijn omvang en macht zouden gaan toenemen.  Godgloeiendheteverdommenis, mompelde hij daarbij en richtte zich verder op de onafzienbare reservoirs van zoetigheid en eetkost. Als werk hond had hij immers geleerd om kastjes open te doen en ieder die hem kent weet welke uitslover hij kan zijn als het aan komt op het demonstreren van zijn bijzondere vaardigheden.

Op een dergelijk moment vormen wij een nachtelijke clan van de zaligheid en het is enkel dank zij mijn grote verstand en het doordachte beleid van mijn acties dat we zelden in de problemen komen. De voorzorgsmaatregel om op de uitkijk te staan hebben we laten varen omdat er ‘s nachts toch geen passage is en het uitwissen van de sporen, van willekeurig uit elkaar gescheurde verpakkingen, is iets waar we stilaan geen aandacht meer voor hebben ( zelfs mijn uitzonderlijke maag- en darmgestel heeft zo zijn beperkingen ).

De wraak van de naakte prooi

Beste lezer,

Als de aandrift tot vechten met zichzelf en met de ander zakt, kan een mens het slagveld overzien. Zo voelt het vaak als de mensen hier toekomen. De koorts dwaalt wat uit de kop en stilaan kunnen de wonden gelikt worden.

Ik meen dat een mens houdt van de strijd. ‘Hij zou er anders toch niet zo hartstochtelijk mee bezig zijn’, merkte Titus hierover laatst op. Kwetsbaar en zonder noemenswaardige wapens , gooit zo’n mens zich in de strijd met zichzelf of met anderen en als het vechten dan nijdig wordt wreekt de mens zich als een naakte prooi, met alle gevolgen van dien.

Wij horen hier vaak over zo’n slagvelden. Over schreeuwend voetvolk – in het hoofd – dat lawaai maakt en schrik aanjaagt. Over aanvallers die ook wel gewond raken en overwinnaars die een verbandje krijgen.

Het gevolg.. uitmuntende mensen sneuvelen, in het lijf maar vooral in het hoofd. Het hoofd begeeft het. Het wordt zo klagelijk en wezenloos dat een hond er stil van wordt. Zoveel is duidelijk.

Maar waar komt de dreiging nu precies vandaan, vraagt en beest zich af ?

‘Nergens. De mens raakt niet opgevoed’, mompelt Titus dan tussen zijn tanden. Het is een zinssnede die hij de laatste maanden regelmatig ten berde brengt, meestal op ongepaste momenten. Als hij hierin helemaal op dreef is geraakt, sluit hij zijn ogen en stelt hij zich het ondenkbare voor ;

Laten wij eens aannemen dat de mensen morgen zouden worden opgenomen door de honden als huismensjes, knuffeltjes ter vermaak van jonge en oude honden, voor de gezelligheid en de warmte om ze met ons mee te nemen in onze manden. En vanuit onze positie als gasthond van deze huismensjes zouden we ze met interesse gaan bekijken, hun gedrag en gewoontes onderzoeken.

Het zou bij zo’n onderzoek al snel duidelijk worden dat er overweldigende sterke krachten aan het werk zijn geweest om het verstand van deze huismensjes aan banden te leggen en in te teugelen.