Beste lezer,
De doden krijgen bij Patrasche steeds een mooie plaats. Sommigen krijgen een boom toegewezen bij wijze van ankerpunt en anderen, zoals Nexus worden toch alom verstrooid want ieder weet dat hij van supervisie hield. En dan plots zie je ze weer opduiken, in een ander mens of beest..
‘Kijk’ daar heb je Nexus, hoorden de jongeren een dame roepen terwijl ze door de omheining naar Rasmus wees. Even waren de jongeren stil, maar dan verschenen glimlachjes want wij wisten het al lang natuurlijk.
En toen laatst de hond Myra stierf – ze was onze lieve hondentante – wisten we dat ook zij snel weer zou opduiken.. Niet bij een boom maar binnen, meer bepaald op haar lievelingsplekjes, en bij de grote snoepton waar ze een groot deel van haar leven allerlei creatieve aktiviteiten heeft ontplooid teneinde haar snoep raids vorm te geven.
Daarnaast was tante Myra het symbool van het hondje dat haar levensmiserie openlijk uilachte :
Een slechte start in het leven ? Een lijf dat niet mee wou ? Een paar vervelende zelfbeheersingsprobleem rond eten ?
‘wakanmijda ! ‘
Hoe zwaar het ook soms was om Myra te zijn, het weerhield haar niet om snode plannen te maken om vervolgens vrolijk verder te sloffen op weg naar een volgende dieverij, het lijf en het verleden dapper meeslepend alsof het niks was.
Myra voerde een vrolijk offensief tegen het eigen lijf dat er vaak afgepeigerd uit zag maar desondanks had ze niets tegen haar eigen lichaam. Het waggelde met haar over het domein, het ging uiteindelijk zitten waar ze wilde het blafte als ze iets te zeggen had.
Het is nooit prettig een ‘neen’ te krijgen als antwoord van je eigen lichaam maar Myra compenseerde deze ‘neen’ door haar overgave om te dieven als een stil doch gretig protest.
Haar laatste strooptocht dateerde van kort geleden toe ze had postgevat naast een muizennest voor dewelke ze maar een paar centimeter meer hoefde te bewegen op beet te hebben..
Myras protest tegenover het eigen lijf minderde met haar leeftijd. Steeds meer keek ze uit naar de liefdevolle verzorging en massages die ze op het eind van de dag van de jongeren kreeg . Lijfelijkheid was voor haar geen gunst maar een recht. De jonge reuen ging ze vlinderlijk te lijf, liefst de heerschapjes van het veriele en doortastende type.
Het ging allemaal nog redelijk goed totdat het lijf zijn functies stilaan neerlegde.. En in een openbrief van haar geest aan haar lichaam het volgende werd geschreven :
‘Ik weet het lichaam.. ik had alleen jou om in te leven en ondanks alle geselingen en ongemak moeten we op het eind toch tot een overeenstemming komen. Mijn beste poten, mijn ledematen, ik buig eindelijk voor jullie, maar nog geef ik me niet over.. Ik kan de vogels nog steeds begluren in de verte en strooptochten aanvatten in mijn kop.
Zelfs toen het einde achter t’hoekje verscheen flirtte ze nog eventjes met de dood, smalend en gretig, zoals enkel tante Myra kon.
Op een kaartje aan haar schreef een jongere :
‘ Lieve Myra; je leerde ons lachen met ons eigen miserie en je leerde ons met wilskracht te dieven op zo’n manier dat je er ook gewoon mee weg kon komen. Gelukkig ben je nog bij ons.. in alle verhalen, in elk hoekje van de bunker.’
Hou je haaks daar aan de regenboog lieve Myra
Voor ons allemaal
Uw compagnon
Titus




