Beste lezer,
De hardnekkig geruchten als zou ik nalatig zijn geweest in mijn taak als hulphond, wens ik bij deze in een verhelderend perspectief te plaatsen.
Naar verluidt zou ik – toen laatst mijn mens lelijk was gevallen, misbruik hebben gemaakt van het gegeven dat ze me toch niet veel kon maken gewoon omdat ze niet op de poot was. Ik zou haar eveneens, aldus de roddeltantes, niet hebben bijgestaan in haar uren van nood, in tegenstelling tot Rasmus die er als de kippen bij was om te helpen. Er werd mij toegebeten een luxebeest te zijn en daarin had men natuurlijk overschot van gelijk. Ik zou de schunnige kantjes eraf lopen én ik zou onvermoeibaar zijn in het verzinnen van middelen om minimaal te presteren als het gaat om het helpen en bijstaan van mijn mens.
Het feit dat ik ben blijven slapen en luid snurken tijdens de valpartij en de daaropvolgende commotie waarbij mijn mens werd weggebracht doet hierbij niets terzake. Ik zou mijn mens hebben achtergelaten en verwaarloosd.
En toch, ik zeg u : Er was geen vijand in huis waartegen moest worden gevochten, er waren geen natuur rampen aan de gang en in regel kan mijn mens goed genoeg voor zichzelf zorgen. Voor mij was er dus geen reden tot paniek.
Verdere beschuldigingen als zou ik blijk geven van onvolwassen gedrag – deze kwamen van de jongeren – droegen vlotjes bij aan het verder kelderen van mijn reputatie en imago.
Ter mijner verdediging wil ik in deze, aan u lezer, dan ook graag het volgende melden , alvorens ik definitief tot pantoffel wordt bestempeld:
– Mijn vertrouwen in de zelfredzaamheid van mijn mens, zeker in moeilijke situaties getuigt van respect voor haar roedelleiderschap.
– Ik verdwaal nu eemaal graag in onbestemde niemandslanden, zeker als ik krachten moet sparen voor een zware werkdag.
– Om voor eens en altijd te bewijzen dat ik mijn mens bescherm en bijsta als het er echt toe doet, heb ik enkele dagen na de feiten, een marter met veel woest en luid vertoon weggejaagd toen deze de auto van binnenuit aan het ontmantelen was. Het beest zal wel een tweede keer nadenken alvorens mijn mens en haar wielen nog eens lastig te vallen. Beiden werden aldus, na een pakkend en doeltreffend optreden mijnertwege, gered van de echte vijand.
Laat de roddeltantes het gordijn nu maar zakken en laat het op emotie belust publiek maar over aan de teleurstelling mij niet verder te kunnen blameren. Ik geef ze u terug, deze portie schuld.
Merci en een lik op mijn proletengeweten.
Laten we een moment van leedvermaak in acht nemen ter attentie van het tenonder gaan der roddeltantes en van de onfortuinlijke marter.
Uw onschuldige
Titus




