Beste lezer,
Meisjes met blauwe ogen vragen me wel eens hoe ik het volhoud met al die verschillende handen en geuren op mijn lijf, in mijn vacht, zo week na week en zo gelaten.
Dat heet dan in conditie zijn, bedenk ik dan, dat knuffelgehalte, dat kan je niet commanderen maar stelpen nog minder, daar moeten massageprogramma’s uit voortvloeien, voor de ijverige tuin en- huisdiereneigenaar.
Sommigen naderen zacht en stilletjes en knuffelen mij en mijn vacht in warme omhelzingen waardoor we eventjes één zijn met elkaar. Volle vellevacht dus, tot het ook vanbinnen helemaal stil is. Wij smeden een verbond, zo’n beschaafd en zachtmoedig mens en ik.
Voor hen ben ik het kalme strand na een nacht van orkanen aan zieleleed en intens verdriet.
Maar er zijn er ook die in zenuwachtige wanhoop en verwildering doelgericht naar een hond toe banjeren om hem als baken vast te grijpen aan rug en kop waarbij de oren als het ware als handvaten gehanteerd worden om recht te blijven staan, om zich iets minder slecht te voelen.. Voor die mensen heeft mijn lijf vandaag een boodschap..
‘Ben je zeker dat je bent uitgenodigd in zijn persoonlijke ruimte, en in zijn vacht ?’, vraagt mijn mens.
Want lijfelijk kennismaking met een ander levend wezen gebeurt op uitnodiging. Het idee dit zonder verzoek te kunnen doen, is dieren vreemd, een roofdier die tot actie over gaat daargelaten.
Zonder rituele uitnodiging wordt gegrepen en geknuffeld maar wordt nu vooral gezucht.
Want zie , de gretige graaiende mens, pulkend in een hondenvacht, alsof die gemeenschappelijk te verdelen goed is alsof die een automaat is waar de warmte uitkomt, zonder reservers.. zo’n mens gedraagt zich zoals je van een hondvreemde mens verwacht maar met nog een schepje er bovenop. Die laat zich kennen als handtastelijke slinkse menselijke graaier.
Bij mij resulteren dergelijke bruskeringen in een valse opgewektheid , zeker gezien de broeierige temperaturen de afgelopen dagen , de bloedhete middagen die maar geen avond willen worden waarbij het laatste wat een hond wil, extra lichaamswarmte is.
Ik heb mezelf lang slecht verdragen en dan is zo’n aanval op het lijf er soms te veel aan..
Laat ons in dit verhaal de behaagzuchtige, lijfelijke en vooral sentimentele dweperij van Rasmus als schijnvertoning vooral terzijde schuiven.
Maar goed, een boodschap van mijn lijf dus want ik reik mijn lichaam de hand, beloof beterschap in het behoud van mijn persoonlijke ruimte want ik word nog ongenietbaarder als ik iedereen zo maar dicht in de buurt laat en kijk; meestal , na een modderbad, ben ik met geen tang aan te raken, ik schud drukkende handen af, als wordt mij een portie larven toegestoken, tot de graaiende mens afdruipt.
Ik heb vrede heb gesloten met mijn gedroogd bemodderde lichaam en ik vraag u hetzelfde te doen.
‘Maar hoe weet ik of ik door het lijf van Titus uitgenodigd wordt ?’ vraagt zo’n verward kereltje dan.
‘Dat laat hij jou vanzelf weten’
De jongen kijkt nu heel aandachtig naar mij , de ogen tot spleetjes, en wacht..
En wacht .. tot ik bij hem ben en mijn hoofd in zijn schoot legt.
En met een brede glimlacht komen we nu tot een echte omhelzing.
Uw lijfelijke
Titus




