Brieven

Het offer lam

Beste lezer,

Een klein drama speelde zich afgelopen week af in de schapenstal waar deze tijd van het jaar de zwangere schapenmeisjes samentroepen om te bevallen.

Niets verlangen is onzin, zo vond hier het schaap Eva dat alle zwangerschapsgeduld verloor, en wee werd van onrust om vervolgens één van reeds geboren lammeren van haar beste schapenvriendin Echo op te eisen. ( Deze laatste kreeg de naam Echo vanwege de twijfelachtige eigenschap dat ze nooit zelf tot een besluit kon komen )

Maar het verlangen om een kind van een ander op te eisen sticht natuurlijk wel wat verwarring.

Normaal kennen wij honden schapen als van buiten zeer wollig, maar na het suffen en herkauwen voelen ze zich van binnen soms net als van buiten en dan knikken ze beamend bij de volgende hap omdat het leven zo’n lekker zachte boel is, althans in normale omstandigheden.

De hoogzwangere schapendames, waaronder vriendinnen-voor-het-leven, zaten deze maand dus hun drachttijd uit bij elkaar uit, sommigen in volle vriendschap waar zo’n wollen schaap op balanceert in het leven. Een schapengave die dwingt tot grote dankbaarheid althans toch als men een kuddedier is.

Voor schapen wordt weinig verandering snel wat veel dus als er zo eventjes weinig gebeurt in de lammerstal, dan is toch ineens een ding als jouw schapenvriendin bevalt van 2 kleine rammetjes, een schattige tweeling waarvan er eentje toch eerder een krukkig schepseltje bleek en zo iets wordt een groter ding als je als vriendin beseft dat de eerst komende tijd wel niets groters zal gebeuren, en dus besloot Eva alvast het krukkig schepseltje voor zichzelf op te eisen ( dat door Echo met slecht heel lichte tegenzin werd uitgeleend ).

Berusten is beter dan conflict met je beste vrieding, leek het motto van moeder Echo.

Eén jongere besloot dat sommige moeders te onnozel waren voor deze wereld.

Nagloeiende littekens van de gemaskerde valk.

Beste lezer,

Als een belaagd territorium wordt herwonnen van U mensen, beproefde en uitverkoren diersoort, dan is dat altijd een beetje sterven en opnieuw geboren worden.

Het duurde de afgelopen dagen dan ook weer eventjes voor we de ballade van het dode territorium weer vruchtbaar konden maken.

Net als muizen worden mensen territoriaal als er overbevolking dreigt of een tekort aan voedsel. En ga er maar van uit dat de meeste mensen territoriale huisdieren zijn, dan zit je in de meeste redeneringen goed.

Wij dieren lossen dergelijke zaken snel en efficiënt op, indien nodig zelfs samen met de mens maar vermits echte volbloed mensen vaak te tam zijn om creatievere oplossingen eerder dan conflict te bedenken, is de samenwerking tussen mens en dier hierbij weer maar eens ondermaats. Tamme mensen bedenken nu eenmaal van alles om niet in het wilde weg te hoeven leven, zo kennen we hem wel, de tamme mens.

Ze zouden het dus zelf oplossen dat zeggingschap over ons  territorium, zonder ons dieren, waardoor een kwade wind vrij spel had gekregen op ons domein. Al wat leefde kroop voor die wind weg – veilig en warm in een nest, in een hol, en – in het geval van de vleermuizen – aan de muur. Zo’n beesten weten als er een uitdager aankomt.  Je komt als hond vanzelf op het idee dat er menselijke kwelduivels moeten bestaan – ook de jongeren zijn daar van overtuigd. En als  je een valk barabaars schreeuwend een zwerm roeken hoort opjagen weet je het wel. Een voorteken; want zo’n valk klimt boven de roeken uit en houdt pas op met schreeuwen als hij zich met gevouwen vleugels omlaag laat vallen. Zwaar als een steen klapt hij midden in de zwerm terwijl hij om zijn as draait en zijn klauwen uitstrekt.  Een fataal grijpklauwen. Eén van de roeken lijkt vervolgens in de lucht te struikelen en begint dan te vallen, heftig klapwiekend als in een stuip. Hij is al dood voordat hij de grond raakt. Voor wie een hint kan verstaan, is duidelijk dat een uitdager op weg is.

Als de zon ballorig mag zijn, dan wij ook..

Beste lezer,

Bestaat bij de mens enig notie van de plas-as, vroeg ik me onlangs af toen ik een mens doodgemoedereerd richting oost-west zag plassen of is het daar boven weer een chaotisch zootje ?

Dat eist verduidelijking.

Het durft daar boven bij de zon nogal eens een trekken en duwen van krachten te zijn . Dat periodiek geharrewar overkomt de zon nu eenmaal met wispelturige stormen die de volledig zooi daar binnenste buiten laat keren. Stormen, die ook zonder aanwijsbare reden wegebben. En even later wordt alles weer rustig.

Tijdens zo’n stormen lijkt de wereld hier wel op zijn kop te staan en dat geeft een goed excuus voor ongeveer alles want als de zon balorig mag zijn, dan wij ook. Het getrek en geduw van bovenaf komt aan mens en dier hangen met de zwaarte van een dampende schapenvacht. Het is even mooi als onbehaaglijk en resulteert in een spel van verbazing en dubbelzinnigheid. En voor je het het weet loop je rond als een kip zonder kop;  jagen lijkt niet te lukken, de spijsvertering is van zijn melk en plassen doe je nu van de weeromslag richting oost-west !

Duiven voelen het als eerste. Ze vinden hun weg niet meer naar huis, blijven hangen daar waar ze door zouden moeten vliegen en eindigen in de foute uithoek van hun vliegroute.

Maar als de hond anders gaat plassen,  zou zelfs de mens moeten beseffen dat het trekken en duwen van de zonnekrachten op hun toppunt zijn gekomen. Geen beest haalt het op zo’n moment in zijn kop om conflicten te zoeken, een nest te bouwen of een grote jacht te organiseren. Met de zon wordt niet gespot.

Dus als ook Rasmus plots tegen de richting plast, voelt de situatie aan als een zwijgend zonne-incident, zonder de mogelijkheid er iets aan op te lossen, dat de schijn van een afwikkeling heeft.  Alsof de zon zich zou laten afwikkelen en zonnevlekken verstoppertje zouden spelen. Een beetje uitdagend vind ik haar wel, die zon, doodleuk allerlei gedoe en miserie uitlokkend en zichzelf kopjeduikelend in uitstulpingen transformerend, zonder enige notie te nemen van de gevolgen.

Het geknapte draadje in de gedachtengang

Beste lezer,

En of ik niet een beetje minder over mezelf kan dreinen, vraagt mijn mens. Alsof ik geen redenen tot dreinen zou hebben. Niet dat ik dusdanig welgezind ben van natuur, maar ik kan het niet helpen de schaduwkant van de wezens rond mij van mij af te schrijven, om maar te zwijgen van mijn eigen ontkende besognes.

Maar dit gaat dus niet over mij, maar over een vreemd fenomeen in de vorm van steeds meer jongmensen die er steeds vaker als versteend bij zitten, wit om de neus. Een moeder of vader die met één oog de jongmens in de gaten houdt en vervolgens voorspeldt met zorgwekkend gezicht : ‘als daar maar weer geen miserie van komt’.

Er is miserie van gekomen, eentje van het dreigende soort; niet door het leven, niet door de regen of de wind, niet door een vijandige invasie van het territorium, niet door gevallen sterren of vuile ziektes, niet door het verliezen van de roedelleider of een goede vriend, … ( tot zover de  legitimiteit van de miserie ).

Neen, enkel door één enkele venijnige, gemene gedachte en kijk, de mens wordt badend in zijn zweet van de miserie wakker en weigert de daaropvolgende dagen en nachten ergens anders anders aan te denken waardoor hij zich na enkele dagen vereenzelvigd heeft met de miserie zelf. Een toestand die hij niet meer wenst los te laten.

Oordelend vanuit de kop-enenergie van de mensen , zijn daar het merendeel van de tijd dan ook drama’s aan de gang die minstens de ondergang aankondigen – vooral dan van de denkende mens.

Om de illusie te spijzen dat alles best wel ok, doet zo’n mens er verder het zwijgen toe; een zwijgen met een dreigende ondertoon.

En dan is het zover.

Het drama zit op de troon.

De gedachten hebben zich in opmars gezet, de donderkoppen rukken op, de kop ziet tunnelzwart van het verleden en de toekomst. De ooggordijnen gaan dicht voor het fatale optreden van het drama.

Kapot was mijn ego en kapot het jachttafereel

Beste lezer,

Enige tijd geleden hing iets in de lucht op het domein dat dat ongewoon was. Het was de lucht en de geur van een wezen dat hier was komen binnendringen en na een tijd kon geen twijfel meer bestaan. Het beest had zich gevestigd op ons territorium en werd door 3 van ons honden betrapt op het onrechtmatig huizen in één van de bunkers.

Na een vrolijke en spectaculaire achtervolging waarna het beest een boom in klom konden we hem van op de grond kort van nabij bekijken.

Het leek een katachtige maar had  – na verder onderzoek-  een wel erg eigenaardiger voorkomen. Het beest had rafels waar oren hadden moeten staan waardoor hij eruit zag als een verbouwereerde zwemmer , die juist is bovengekomen in een heel ander watertje als waar hij was ondergedoken.

Hij was zeer welgebouwd een uitzonderlijk fors, maar desondanks sierlijk. Hij zou een uitzonderlijke jachttroffee kunnen vormen.

Maar iets waarschuwde het beest niet direct onderuit te halen.

Het beest compenseerde zijn radeloosheid die optrad daar boven in de boom, met eigenaardig staartzwaaien en trekken in de lenden en het tentoonspreiden van een soort grijnsje, dat ik voor een spottende boodschap hield.

Katten hebben meestal al grote ogen maar deze had wel bijzonder bolle groene kijkers. Dat maakte dat ik meer en meer het gevoel kreeg dat er dwars door me heen werd gekeken op een manier , die nog heel wat erger was dan het gemeenste scheldwoord dat hij ons toe zou kunnen werpen.

Moesten wij daar tegen kunnen ? Misschien , maar ik kon het niet.

De jongeren en mijn mens leidden ons met bewkame spoed uit de arena waarna wa vanachter een raam, met 3 honden op een rij de belachelijk menselijke pogingen konden aanschouwen van een mens die een dergelijk beest probeert te vangen. Breek me de bek niet open over haar stutelige en futiele optreden in deze.

Een dag later, zag ik het beest echter terug, terwijl het hier met een vanzelfsprekende surieux rondliep als niet wij,  maar hij, hier de rechtmatige hoeder van dit territorium was. Het beest loerde naar mij terwijl het recht op me af kwam.

Een te -vermoeden- slang ( die eigenlijk een stok was )

Beste lezer,

Als in de schaduwen van de angst ren stok verkeerdelijk voor een slang wordt aanzien,  blijft in elk levend wezen geen enkel overleg meer over.

Een te-vermoeden- slang, die eigenlijk een stok was.

Zo ondervond ook Rasmus de afgelopen dagen.

In Rasmus hoofd wordt elk nieuw obstakel waardoor hij geen raad met zichzelf weet, een monster van angst, stress en zelfs paniek.

De jongeren weten er alles over, over dergelijk paniek-kereltjes in het hoofd die er tekeer gaan alsof ze het voltallige hoofd hebben afgehuurd om er een luidruchtig feestje te geven.

Het paniekwezentje van Rasmus ging deze keer over een zeer zelfzeker hondje waardoor Rasmus zich ‘bekekeken’ voelde én over een nieuw voertuig dat door Rasmus als super eng ervaren werd.

‘Wat te doen als de angst een wezen met een eigen leven wordt ? ‘

‘Zo’n angst-wezen is als een zombie, zo iets wil steeds meer’, murmelt een meisje..

‘Die gebruikt jouw hoofd als kraakpand’..

Dit moet wel door de paniekerige kop zijn bewerkstelligd want hoe zou een levend wezen er anders op komen om zich op een dergelijke manier te laten overnemen door angst.

Dat is vervelend genoeg en het liefst wil Rasmus nu dat er veel aandacht voor zijn drama komt zodat wij wel moeten kijken naar wat er aan de hand is en deze bespottelijke betovering van die hijgende angst eindelijk kunnen verbreken.

Rasmus, die de extra aandacht gebruikt om wat extra meelij te krijgen probeert vervolgens op iemands schoot te kruipen.

‘Dat helpt niet Rasmus’.

This is Your Captain Speaking

Beste lezer,

Mijn obsessie voor wielen die mij moeten ondersteunen, transporteren en showen, is inmiddels gekend. Ik ben er tenslotte voor opgeleid en niemand heeft me toen gezegd dat ik mij de rolstoel niet zelf mocht toe-eigenen.

‘Hij kan nog aardig uit de voeten. Waar heeft hij een rolstoel voor nodig ?’  fronst één van de jongeren.

‘Misschien een kwestie van aangeleerde hulpeloosheid’, oppert een ander.

‘Het is een beetje zijn comfortzone’, voegt mijn mens toe.

Wat ??!  Hoe groot kunnen de misverstanden zijn ?

Al jaren probeer ik duidelijk te maken dat ik in mijn rolstoel aan het stuur van deze roedel zit. En dus voor eens en altijd :

‘This is Your Captain Speaking’.

Met veel zorg, rijdt zo’n jongmens mij dan rond in mijn troon, terwijl mijn mens het over comfortzones heeft.

Dat de juiste wielen indruk kunnen maken is onderdeel van het gebeuren. Indruk dus, in mijn geval op een passant; klein teefje, beetje tenger en even eentonig als ze eruit ziet, zo ook haar karakter, altijd gewillig, nooit enthousiast. Een brave hond. Misschien iets voor mij.

Haar enige minpunt is haar onverbetelijke gewoonte om voortdurende de tong uit de mond te laten hangen, wat een dom gezicht is en veel commentaar uitlokt. Maar ik veronderstel dat mijn wielen waarmee ik naar haar toe word gebold, haar wel overstag kunnen halen om zich aan mijn poten te werpen en kijk, ze loopt braaf en inschikkelijk mee naast de rolstoel zonder me aan te kijken, uit respect veronderstel ik.

Verdriet, dat mag je niet gemist hebben in het leven.

Beste lezer,

Gezien geen levende ziel mij een nieuwjaarsbrief geschreven heeft, schrijf ik vandaag aan het begin van het nieuwe seizoen een brief aan mezelf. Dat werd de hoogste tijd gezien het brievenschrijven meestal één richtingsverkeer is waarbij ikzelf verstolen blijf van enige respons.

aldus,

Beste Titus,

Je snapt het inmiddels;  verdriet mag je niet gemist hebben in het leven. Het afgelopen jaar heeft het je platgeslagen toen jouw goede vriend en coach, levensgezel en werkmakker plots dood ging.

Zo begint menig treurig verhaal.

Na de mokerslag kwam het besef dat een nieuwe fase in het leven niet te vermijden valt, hoe hard je er ook tegen vecht. Je snapt het, het gaat over zich overgeven aan iets nieuws, iets anders en in mijn geval aan een nieuwe rol. De mens handelt in rollen, zo besef je nu, en hij lijkt er alles van te weten om zich vervolgens met meerdere rollen in de problemen te werken.

En dan had je Rasmus, en zijn erupties van onozele lolligheid leken de treurnis te moeten bezweren.

Zonder opscheppen, jij weet nu wat je moet doen als je een groot verdriet heb. Vroeger zette jij je tanden op elkaar om dan te wachten tot het over gaat maar tanden blijken niets te kunnen beginnen tegen verdriet.

Bovendien had jij lak aan zo’n nieuwe positie. Net als veel jong mensen twijfelde jij of je de rol van coach wenste aan te nemen. Jij begrijpt hen. Maar jouw mens was onverbiddelijk en plaatste je – als leermeester van Rasmus- in een nieuwe rol.

Jij – beste Titus – weigerde, trok je terug in een bench om duidelijk te maken dat het aan jou niet gegeven was. En sinds wanneer wordt een hond, omdat hij toevallig zijn maat kwijt is, zomaar een roedelleider ???

Tjee. zat die even goed.

Gadverdamme..

Wat je nooit was kan je niet blijven

Beste lezer,

De innige band tussen mens en leiband, genoegzaam bekend onder ons honden, werd afgelopen week nog maar eens onderwerp van discussie tussen de honden en de jongeren.

Net als een ring rond de vingers van de mens, worden wij aangelijnd met touwen,  banden die ons vervolgens als keurslijven beklijven.

Daarna moet ge-wand-eld worden, niet gejaagd of gespeeld.. neen, ge-wan-deld. Het is iets van de mensen, die drang om te wan-de-len.

Ik stel mij er allang geen vragen meer bij maar ik merk bij een jonge recruut; een beginnende junior of pupje veel twijfel omtrent deze vreemde gewoonte om zonder jacht, zonder enge zinnige acitiviteit in bos of weide, te ‘wan-de-len’, om zich zonder aanwijsbare reden van het ene punt naar het andere te begeven om daarna terug te keren zonder buit, zonder nieuwe ontmoetingen, zonder nieuwe geur paletten, hoogtens met een geledigde blaas alsof iets dergelijks een doel op zich zou kunnen zijn.

Maar toch, zo gezegd, zo het bos ingestapt waarbij elke weldenkende hond duidelijk probeert te maken dat er geen leiband nodig is om een beest te laten volgen, maar de mens.. tja..

Een zielige enkeling heeft een mens te pakken met een riem in de ene en een wandelstok  in de ander hand. Een dergelijke hond staat een nieuwe obsessie te wachten, namelijk het zoek laten raken beide rekwisieten zodat daarna terug in vrijheid kan gelopen worden.

Als een  zich in deze betonnen wereld vergalopperende jachthond, een prins zonder koninkrijk,  eventjes alleen in dat kunstwoud, eventjes een beetje alleen met de dieren en de bomen van geur naar geur, sleurt zo’n beest dan zijn mens mee, in de hoop wat passie te ervaren voor modderrollen, konijnen beloeren, kadavers ophoesten of verworven schatten begraven..

Neen laten wij erover praten. het is nog banaler om over vergeten jachttrofeen – ik leef met een kreupel geheugen op dat vlak –  te praten dan over het weer, dus laten we het eventje banaal houden omtrent dat wan-de-len..

En dan de mens die qua geur en jachtinstincten in een soort ingedommeld universum lijkt te zijn beland en omwille van een belachelijk gebrekkige snelheid en behendigheid slechts kan proberen zonder vallen verder te klossen.Ha !

‘Geluk is een kwaliteit’, aldus de dek-ram.

Beste lezer,

Er zit een lek in de herfst, denk ik, waar ik na het opdrogend genot van dagelijkse modderbaden, kwijlnatte beesten beklaag die zich de activiteit hebben aangemeten om van dooie, lusteloze hondenlijven weer vruchtbare wezens te maken…

Neem nu de dek-ram.

Zijn territorium is overbevolkt met dolle minnaressen, een groepje beproefde en uitverkoren schapen, en dus kan hij zich niet permitteren het vuur in zijn kleine lijf ook maar eventjes te laten doven. Na elke flemende inspanning is het een beetje sterven en weer geboren worden, steeds de cool bewaren… Deze week richt hij zich apart en tot elkeen vanachter een onbeschaamde vrijpostigheid.

Arm beest, wacht maar als hij na dit feestje de volle leegte moet zien te verdragen.

Maar intussentijd, wat een sleur, de dagelijkse drang om te moeten dekken, het dagelijks gedonder wat voorafgaat en volgt om je taak met koortsige blik te moeten volbrengen. Terwijl ik nog zo gelukkig ben dat ik mijn eigen boontjes mag doppen,  zelf bepaal wie in mijn mand kan liggen, mijn botten niet moet delen, maar ze in een donkere hoek kan bewaren waar ze naar hartelust kunnen doorschimmelen…

‘Ik mag van geluk spreken, maar geluk is ook een kwaliteit’, beste dek-ram. Geluk is ‘s morgens vroeg je blaas legen, om de dauwdruppels als mussen weg te plassen, gluren naar links en rechts, geen mol te bekennen, alles openen en wateren…