Brieven

De wanhoopslijn van het leiderschap

Beste lezer,

Er moet mij toch eventjes iets van het hart. Het is niet langer pruimbaar voor mij.. die rustige duwtjes in de rug op weg naar het heilige leiderschap waar de mens zo bespottelijk vaak de mond over vol heeft.

De onmogelijkheid om als leider het absolute minpunt te bereiken is een geruststelling die me van een goede nachtrust verzekert. Want als er iets is waar alle jongeren het over eens zijn dan is het wel dat ik me zal blijven verzetten tegen het keurslijf van het leiderschap.

Ik ben er geen liefhebber van, en het ontzag dat ermee gepaard gaat is mij vreemd.

Eerst dacht ik nog dat ik het voor mekaar had, het lang verwachte  – mij opgedrongen! – leiderschap. Dat was voor de komst van een knappe zelfzekere teef , duidelijk een geboren leidster die hier snel en efficient de lakens kwam uitdelen, waarna ik haar met graagte kon volgen.

‘Zou hij een geboren leider zijn, het zou hem niet zo veel moeite kosten’, opperde één van de jongeren hiermee mijn onbenul op dat vlak inpeperend.

Zoiets stemt enigszins droevig. Mijmeringen over de aard van aangeboren leiders, vermoeien mij mateloos.

Maar wat mag dat dan wel zijn een leider ?

Mijn mens hoopt stiekem dat ik me verder kan ontpoppen tot half troetelpup, half leider en dat de andere rampetampende honden naar mij kunnen komen om hun geschillen aan mij voor te leggen, hun onrust, hun stress en hun verwarring in mijn poten te gooien en als ik geen kans zie een voor alle partijen bevredigende oplossingen te bedenken, ben ik de pineut.

Onder een fatsoenlijke dekmantel

Beste lezer,

De onhebbelijkheid van de mens om de natuurlijke orde der dingen op te fokken om dat vervolgens als schattig te benoemen is genoegzaam bekend maar soms gaat men ook hier net nog een stapje verder, ik verklaar me nader..

Roof- en prooidieren hebben met elkaar geen uitstaans tenzij op momenten van intens spel en confrontatie. Het is niet omdat ik een vriendelijke Golden ben dat mij dit principe niet gekend zou zijn.

Een prooidier dat uit de buurt blijft of paniekerig weg loopt is een fenomeen om zonder meer blij van te worden. Als dat nog eens gepaard gaat met een wit konijnenstaartje dat bij wijze van witte vlag de overgave aankondigt kan de lol niet op.

Nog leuker is dat je er als roofdier zonder het minste schuldgevoel mag achteraan gaan. Al moet je niet overdrijven gezien de beperkte capaciteit van het darmgestel.

Welke hond rent niet graag als een bezetene achter een konijn of lam want alles aan prooidieren is sympathiek, niet in het minst dat zij vaak met meerdere zijn, en samen paniekerig verschijnen.

Wij achten ons gelukkig en likkebaarden want de vele kleine lammetjes die hier nu rondlopen zijn de zachtaardigste en vaak de traagste onder de prooidieren, zachter dan opgepompte perziken, met wollige rondingen, mollige buikjes waar je als roofdier maanziek van wordt.

De mens doet in deze vaak hazenschuw als het over het veroveren van een prooi gaat, tenzij nadrukkelijk gevraagd wordt, een spin, een muis of een rat te vangen. Begrijpe wie begrijpe kan, alsof wij liever een rat zouden vangen.

Ik heb mezelf lang slecht verdragen.

Beste lezer,

Meisjes met blauwe ogen vragen me wel eens hoe ik het volhoud met al die verschillende handen en geuren op mijn lijf, in mijn vacht, zo week na week en zo gelaten.

Dat heet dan in conditie zijn, bedenk ik dan, dat knuffelgehalte, dat kan je niet commanderen maar stelpen nog minder, daar moeten massageprogramma’s uit voortvloeien, voor de ijverige tuin en- huisdiereneigenaar.

Sommigen naderen zacht en stilletjes en knuffelen mij en mijn vacht in warme omhelzingen waardoor we eventjes één zijn met elkaar. Volle vellevacht dus, tot het ook vanbinnen helemaal stil is. Wij smeden een verbond, zo’n beschaafd en zachtmoedig mens en ik.

Voor hen ben ik het kalme strand na een nacht van orkanen aan zieleleed en intens verdriet.

Maar er zijn er ook die in zenuwachtige wanhoop en verwildering doelgericht naar een hond toe banjeren om hem als baken vast te grijpen aan rug en kop waarbij de oren als het ware als handvaten gehanteerd worden om recht te blijven staan, om zich iets minder slecht te voelen.. Voor die mensen heeft mijn lijf vandaag een boodschap..

‘Ben je zeker dat je bent uitgenodigd in zijn persoonlijke ruimte, en in zijn vacht ?’, vraagt mijn mens.

Want lijfelijk kennismaking met een ander levend wezen gebeurt op uitnodiging. Het idee dit zonder verzoek te kunnen doen, is dieren vreemd, een roofdier die tot actie over gaat daargelaten.

Zonder rituele uitnodiging wordt gegrepen en geknuffeld maar wordt nu vooral gezucht.

Schuld, uitgeschud door roddeltantes !

Beste lezer,

De hardnekkig geruchten als zou ik nalatig zijn geweest in mijn taak als hulphond, wens ik bij deze in een verhelderend perspectief te plaatsen.

Naar verluidt zou ik – toen laatst mijn mens lelijk was gevallen, misbruik hebben gemaakt van het gegeven dat ze me toch niet veel kon maken gewoon omdat ze niet op de poot was. Ik zou haar eveneens, aldus de roddeltantes, niet hebben bijgestaan in haar uren van nood, in tegenstelling tot Rasmus die er als de kippen bij was om te helpen. Er werd mij toegebeten een luxebeest te zijn en daarin had men natuurlijk overschot van gelijk. Ik zou de schunnige kantjes eraf lopen én ik zou onvermoeibaar zijn in het verzinnen van middelen om minimaal te presteren als het gaat om het helpen en bijstaan van mijn mens.

Het feit dat ik ben blijven slapen en luid snurken tijdens de valpartij en de daaropvolgende commotie waarbij mijn mens werd weggebracht doet hierbij niets terzake. Ik zou mijn mens hebben achtergelaten en verwaarloosd.

En toch, ik zeg u : Er was geen vijand in huis waartegen moest worden gevochten, er waren geen natuur rampen aan de gang en in regel kan mijn mens goed genoeg voor zichzelf zorgen. Voor mij was er dus geen reden tot paniek.

Ode aan tante Myra

Beste lezer,

De doden krijgen bij Patrasche steeds een mooie plaats. Sommigen krijgen een boom toegewezen bij wijze van ankerpunt en anderen, zoals Nexus worden toch alom verstrooid want ieder weet dat hij van supervisie hield. En dan plots zie je ze weer opduiken, in een ander mens of beest..

‘Kijk’ daar heb je Nexus, hoorden de jongeren een dame roepen terwijl ze door de omheining naar Rasmus wees. Even waren de jongeren stil, maar dan verschenen glimlachjes want wij wisten het al lang natuurlijk.

En toen laatst de hond Myra stierf – ze was onze lieve hondentante – wisten we dat ook zij snel weer zou opduiken.. Niet bij een boom maar binnen, meer bepaald op haar lievelingsplekjes, en bij de grote snoepton waar ze een groot deel van haar leven allerlei creatieve aktiviteiten heeft ontplooid teneinde haar snoep raids vorm te geven.

Daarnaast was tante Myra het symbool van het hondje dat haar levensmiserie openlijk uilachte :

Een slechte start in het leven ? Een lijf dat niet mee wou ? Een paar vervelende zelfbeheersingsprobleem rond eten ?

‘wakanmijda ! ‘

Hoe zwaar het ook soms was om Myra te zijn, het weerhield haar niet om snode plannen te maken om vervolgens vrolijk verder te sloffen op weg naar een volgende dieverij, het lijf en het verleden dapper meeslepend alsof het niks was.

Myra voerde een vrolijk offensief tegen het eigen lijf dat er vaak afgepeigerd uit zag maar desondanks had ze niets tegen haar eigen lichaam. Het waggelde met haar over het domein, het ging uiteindelijk zitten waar ze wilde het blafte als ze iets te zeggen had.

Het leven is nu eenmaal soms levensgevaarlijk.

Beste lezer,

Waarom een eisende jankende hond het medelijden en de ononderbroken aandacht krijgt van elke mens die overspoeld wordt door overstromende gevoelens blijft voor elke stabiele hond een raadsel alsmede waarom die zelfde mens de onrust met vlag en wimpel op de troon en aan de macht houdt tot de tragedie de volledige ruimte heeft ingenomen.

Getuige de introductie van een netjes gewassen en gekamde witte rashond door één van de jongmensen..

‘Hij is een beetje all over the place’..

En jazeker, het desbetreffende beestje neemt in één tel, met zijn energie, zijn lijf en zijn gejank ieders ruimte in.

Ik zelf kan het niet hebben, een dergelijke hondonwaardige manier om aandacht op te eisen door bij elke negatie van een mens of dier te gaan duwen, janken en hyperventileren, tot wij ons allemaal eindeloos gemanipuleerd voelen door een wezen dat zichzelf en de wereld met graagte opfokt.

Met andere woorden : Drama !

‘En of de onrust eventjes genegeerd kon worden ?’ probeerde mijn mens nog.

Ooit moet iets worden ondernomen tegen de verwaarlozing van de stilte en de rust door de mens, maar daarover een andere keer meer.

De jongmens die met de hond is komen aanzetten voelt de bui hangen en heeft snel last van veel tegenstrijdige gevoelens want regels om de rust in de roedel te behouden moeten in acht genomen worden en als gastheer van de roedel is dit uiteraard deel van mijn job.

Maar als die gast stijf staat van de stress en de rust hier naar de verdoemenis is geholpen, ben ik verplicht om nadrukkelijk te negeren. Dergelijke regels van de gastvrijheid moeten in acht genomen worden, zelfs onder de beste vrienden. Maar zo’n hondje doet natuurlijk niet zo maar troonsafstand dus eerst lijkt hij zich eventje te stellen in het moeten dimmen en is er nog geen indicatie van onenigheid totdat hij er genoeg van heeft en de schijn niet langer bedriegt.

Het beestje begint nu hartochtelijk te janken en kijkt zijn mens doordringend en zielig aan. Wat hem betreft heeft is hij nu lang genoeg genegeerd geweest, en is het tijd voor meer en nog intenser drama dat zich verder zal afspelen op de schoot.

Die leeft niet zo maar wat. Die leeft zich uit!

Beste lezer,

Je bent geen echte persoonlijkheid meer zonder een identiteitscrisis op zijn tijd en sinds mijn pupil en huisgenoot Rasmus de afgelopen maanden steeds groter, knapper, altletischer en behaagzuchtiger wordt en ik in dat licht steeds meer vergeleken word, heb ik recht op een eigenste persoonlijkheidskortsluiting.

Want de infant Rasmus, is inmiddels ieders lieveling en houdt zich als flinke knaap – en public – angstvallig aan alle afspraken. Zijn wezen boert van vriendelijke onderdanigheid, een eigenschap waar ik knorrig van wordt.

En dus.. daar gaan we weer in koor :

‘Titus is jaloers !!’ kirren een aantal meisjes. De conclusie lijkt gebeiteld.

Dat de mens ook hier weer volledig de bal mis slaat zorgt ervoor dat één en ander weer eens goed fout zit tussen de mens en mij.

Je kan  natuurlijk altijd je hoofd afwenden ter ontwijking van het speeksel dat de woordenval over jaloezie meestal vooraf gaat.

Maar nu vraag ik je, moet een hond in deze belachelijk geprojecteerde sneer op oneerlijke gronden zo’n royaal gelag betalen ? Puur voor een vlegelachtig genoegen van zo’n jong mens ?

Kijk, ik weiger te luisteren naar dergelijke laster. Ik kan het niet;  ik denk dat ik op dat punt gehoorgestoord ben, ik vrees dat in mijn oren alles dichtgroeit. Zo’n aandoening had ik vroeger ook in periodes, een bevangenheid ter hoogte van het borstbeen, de haargroei die het horen belemmert, de oorholte die geen holte meer is maar een hokje vol plots opduikend slijm dat vervolgens als snot of luide rochel het woord jaloezie overstemt.

Het offer lam

Beste lezer,

Een klein drama speelde zich afgelopen week af in de schapenstal waar deze tijd van het jaar de zwangere schapenmeisjes samentroepen om te bevallen.

Niets verlangen is onzin, zo vond hier het schaap Eva dat alle zwangerschapsgeduld verloor, en wee werd van onrust om vervolgens één van reeds geboren lammeren van haar beste schapenvriendin Echo op te eisen. ( Deze laatste kreeg de naam Echo vanwege de twijfelachtige eigenschap dat ze nooit zelf tot een besluit kon komen )

Maar het verlangen om een kind van een ander op te eisen sticht natuurlijk wel wat verwarring.

Normaal kennen wij honden schapen als van buiten zeer wollig, maar na het suffen en herkauwen voelen ze zich van binnen soms net als van buiten en dan knikken ze beamend bij de volgende hap omdat het leven zo’n lekker zachte boel is, althans in normale omstandigheden.

De hoogzwangere schapendames, waaronder vriendinnen-voor-het-leven, zaten deze maand dus hun drachttijd uit bij elkaar uit, sommigen in volle vriendschap waar zo’n wollen schaap op balanceert in het leven. Een schapengave die dwingt tot grote dankbaarheid althans toch als men een kuddedier is.

Voor schapen wordt weinig verandering snel wat veel dus als er zo eventjes weinig gebeurt in de lammerstal, dan is toch ineens een ding als jouw schapenvriendin bevalt van 2 kleine rammetjes, een schattige tweeling waarvan er eentje toch eerder een krukkig schepseltje bleek en zo iets wordt een groter ding als je als vriendin beseft dat de eerst komende tijd wel niets groters zal gebeuren, en dus besloot Eva alvast het krukkig schepseltje voor zichzelf op te eisen ( dat door Echo met slecht heel lichte tegenzin werd uitgeleend ).

Berusten is beter dan conflict met je beste vrieding, leek het motto van moeder Echo.

Eén jongere besloot dat sommige moeders te onnozel waren voor deze wereld.

Nagloeiende littekens van de gemaskerde valk.

Beste lezer,

Als een belaagd territorium wordt herwonnen van U mensen, beproefde en uitverkoren diersoort, dan is dat altijd een beetje sterven en opnieuw geboren worden.

Het duurde de afgelopen dagen dan ook weer eventjes voor we de ballade van het dode territorium weer vruchtbaar konden maken.

Net als muizen worden mensen territoriaal als er overbevolking dreigt of een tekort aan voedsel. En ga er maar van uit dat de meeste mensen territoriale huisdieren zijn, dan zit je in de meeste redeneringen goed.

Wij dieren lossen dergelijke zaken snel en efficiënt op, indien nodig zelfs samen met de mens maar vermits echte volbloed mensen vaak te tam zijn om creatievere oplossingen eerder dan conflict te bedenken, is de samenwerking tussen mens en dier hierbij weer maar eens ondermaats. Tamme mensen bedenken nu eenmaal van alles om niet in het wilde weg te hoeven leven, zo kennen we hem wel, de tamme mens.

Ze zouden het dus zelf oplossen dat zeggingschap over ons  territorium, zonder ons dieren, waardoor een kwade wind vrij spel had gekregen op ons domein. Al wat leefde kroop voor die wind weg – veilig en warm in een nest, in een hol, en – in het geval van de vleermuizen – aan de muur. Zo’n beesten weten als er een uitdager aankomt.  Je komt als hond vanzelf op het idee dat er menselijke kwelduivels moeten bestaan – ook de jongeren zijn daar van overtuigd. En als  je een valk barabaars schreeuwend een zwerm roeken hoort opjagen weet je het wel. Een voorteken; want zo’n valk klimt boven de roeken uit en houdt pas op met schreeuwen als hij zich met gevouwen vleugels omlaag laat vallen. Zwaar als een steen klapt hij midden in de zwerm terwijl hij om zijn as draait en zijn klauwen uitstrekt.  Een fataal grijpklauwen. Eén van de roeken lijkt vervolgens in de lucht te struikelen en begint dan te vallen, heftig klapwiekend als in een stuip. Hij is al dood voordat hij de grond raakt. Voor wie een hint kan verstaan, is duidelijk dat een uitdager op weg is.

Als de zon ballorig mag zijn, dan wij ook..

Beste lezer,

Bestaat bij de mens enig notie van de plas-as, vroeg ik me onlangs af toen ik een mens doodgemoedereerd richting oost-west zag plassen of is het daar boven weer een chaotisch zootje ?

Dat eist verduidelijking.

Het durft daar boven bij de zon nogal eens een trekken en duwen van krachten te zijn . Dat periodiek geharrewar overkomt de zon nu eenmaal met wispelturige stormen die de volledig zooi daar binnenste buiten laat keren. Stormen, die ook zonder aanwijsbare reden wegebben. En even later wordt alles weer rustig.

Tijdens zo’n stormen lijkt de wereld hier wel op zijn kop te staan en dat geeft een goed excuus voor ongeveer alles want als de zon balorig mag zijn, dan wij ook. Het getrek en geduw van bovenaf komt aan mens en dier hangen met de zwaarte van een dampende schapenvacht. Het is even mooi als onbehaaglijk en resulteert in een spel van verbazing en dubbelzinnigheid. En voor je het het weet loop je rond als een kip zonder kop;  jagen lijkt niet te lukken, de spijsvertering is van zijn melk en plassen doe je nu van de weeromslag richting oost-west !

Duiven voelen het als eerste. Ze vinden hun weg niet meer naar huis, blijven hangen daar waar ze door zouden moeten vliegen en eindigen in de foute uithoek van hun vliegroute.

Maar als de hond anders gaat plassen,  zou zelfs de mens moeten beseffen dat het trekken en duwen van de zonnekrachten op hun toppunt zijn gekomen. Geen beest haalt het op zo’n moment in zijn kop om conflicten te zoeken, een nest te bouwen of een grote jacht te organiseren. Met de zon wordt niet gespot.

Dus als ook Rasmus plots tegen de richting plast, voelt de situatie aan als een zwijgend zonne-incident, zonder de mogelijkheid er iets aan op te lossen, dat de schijn van een afwikkeling heeft.  Alsof de zon zich zou laten afwikkelen en zonnevlekken verstoppertje zouden spelen. Een beetje uitdagend vind ik haar wel, die zon, doodleuk allerlei gedoe en miserie uitlokkend en zichzelf kopjeduikelend in uitstulpingen transformerend, zonder enige notie te nemen van de gevolgen.