Beste lezer,
Enige tijd geleden hing iets in de lucht op het domein dat dat ongewoon was. Het was de lucht en de geur van een wezen dat hier was komen binnendringen en na een tijd kon geen twijfel meer bestaan. Het beest had zich gevestigd op ons territorium en werd door 3 van ons honden betrapt op het onrechtmatig huizen in één van de bunkers.
Na een vrolijke en spectaculaire achtervolging waarna het beest een boom in klom konden we hem van op de grond kort van nabij bekijken.
Het leek een katachtige maar had – na verder onderzoek- een wel erg eigenaardiger voorkomen. Het beest had rafels waar oren hadden moeten staan waardoor hij eruit zag als een verbouwereerde zwemmer , die juist is bovengekomen in een heel ander watertje als waar hij was ondergedoken.
Hij was zeer welgebouwd een uitzonderlijk fors, maar desondanks sierlijk. Hij zou een uitzonderlijke jachttroffee kunnen vormen.
Maar iets waarschuwde het beest niet direct onderuit te halen.
Het beest compenseerde zijn radeloosheid die optrad daar boven in de boom, met eigenaardig staartzwaaien en trekken in de lenden en het tentoonspreiden van een soort grijnsje, dat ik voor een spottende boodschap hield.
Katten hebben meestal al grote ogen maar deze had wel bijzonder bolle groene kijkers. Dat maakte dat ik meer en meer het gevoel kreeg dat er dwars door me heen werd gekeken op een manier , die nog heel wat erger was dan het gemeenste scheldwoord dat hij ons toe zou kunnen werpen.
Moesten wij daar tegen kunnen ? Misschien , maar ik kon het niet.
De jongeren en mijn mens leidden ons met bewkame spoed uit de arena waarna wa vanachter een raam, met 3 honden op een rij de belachelijk menselijke pogingen konden aanschouwen van een mens die een dergelijk beest probeert te vangen. Breek me de bek niet open over haar stutelige en futiele optreden in deze.
Een dag later, zag ik het beest echter terug, terwijl het hier met een vanzelfsprekende surieux rondliep als niet wij, maar hij, hier de rechtmatige hoeder van dit territorium was. Het beest loerde naar mij terwijl het recht op me af kwam.
Ik verstijfde.
De rillingen begonnen langs mijn rug, liepen dan langs mijn achterpoten, sprongen vandaar in mijn voorpoten; kwamen uiteindelijk in mijn borst terecht, rondom het hart en dan moest ik naar adem snakken.
Vervolgens ontspande alles zich weer iets, tot de rillingen opnieuw optraden in mijn rug en wederom hun kringloop maakten.
Het beest kwam nu vreemd traag in mijn richting. Zo traag dat het wel leek of hij met het optillen van een poot wachtte tot de vorige secuur op de aarde stond, omdat hij daar anders wel eens naast zou kunnen stappen. Het was een manier van lopen die uitdrukking gaf aan de stemming die niet veel goeds voorspelde.
Ik voelde me helemaal raar worden.
Met zijn groene ogen, leek het mij te hypnothiseren waardoor ik vastgenageld bleef zitten om roerloos af te wachten wat er verder zou volgen.
Zo bleef de situatie enige tijd ongewijzigd. Het beest bleef volhardend en uitdagend loeren en passeerde me dan rustig en uitdagend terwijl zijn haren net niet de mijne raakten.
Ieder weet dat ik niet schrikachtig van nature ben maar toch.. kapot was mijn ego en kapot het jachttafereel.
Blijkbaar ervaarde het beest ons territorium en zijn kwartieren, zo veelbelovend dat het er zijn intrek had ingenomen.
De schande ! De schaamte !
Nadat het beest me onsterfelijk belachelijk had gemaakt liet ik me omvallen met naar de hemel geslagen blikken want nu moest maar komen wat komen moest.
Als gevolg van de flodderende gedachten en de velerlei vermoedens die deze in deze situatie schuilen overvalt me een diepe huiverende schaamte.
Uw bedonderde
Titus




