Beste lezer,
Omdat ik soms weinig vat heb op zoiets als verbeelding, zal ik u een waarheidsgetrouw relaas opdissen over een ochtend die ik laatst met een indrukwekkende roedel halwassen mensenpuppy’s moest doorbrengen. Ze kwamen luid en zeer aanwezig toe, druk kakelend en lachend en vol verwachting om naar ‘de dieren te komen kijken’.
(Het wordt geen natuurgetrouw relaas want natuur speelt in regel slechts een erg kleine rol als grote roedels mensen landen.)
Elk van hen wenste ons liefst als troeteldier op de schoot en hier stonden we dus , Rasmus, zijn liefje en ik, drie honden overgeleverd aan een roedel mensenpuppy’s en aan het winderige najaarsweer.
Er werden snel kleinere groepjes gemaakt waarbij de mensen puppy’s zich mochten gaan positioneren bij de hond waar ze zich het meest comfortabel bij voelden..
Ik zelf werd gekozen door een reeks jonge meisjesmensjes die me kirrend tot hun persoonlijke troetelbeest uitriepen. Moeilijk zou het niet worden. Met mijn smachtende blik ontstond spontaan een regen van snoepjes. So far so good.
De geplande indeling maakte de zaak toch enigszins overzichtelijker, althans voor mij want Rasmus was alvast in lichte paniek in de moddervijver gevlucht, vrezend dat hij, met zijn troetellichaam al gauw tot graaiobject zou verworden.
De modderlaag van de beek is altijd een zekere redding in een dergelijke situatie want geen menselijke ziel zou hem volgen in de smerige smurrie waarin hij zich al direct van kop tot teen had ondergedompeld.
Beduusd stond zijn fanclub nu rondjes te draaien bij de vijver. Ook hun roedel leidster wist zich met deze situatie duidelijk geen raad want ze zond bij nader zicht net zoveel kalmerings- als stress signalen uit waardoor noch Rasmus noch het groepje kinderen tot rust of kalmte te brengen waren.
Toen werd het leuk.
De roedel leidster trachtte Rasmus nu met snoep uit de modder te lokken waarbij ze tot haar knieën in de modder zakte.
Ik sloeg haar gade onder het aandachtig kauwen van een niet aflatende toevloed aan snoepjes .
Vanuit de modder sprak ze Rasmus nu ernstig toe ( om niet nijdig te worden ) op een toontje dat enkel roedel leidsters van kinderen lijken te gebruiken.
Haar vingertje zwaaide daarbij dreigend hetgeen de kinderen rustig leek te maken.
Rasmus , die er nu stilaan uitzag als een kikker die, klaar voor de winter de modder in duikt, leek door het vingertje eventjes onder de indruk maar zonk vervolgens toch nog een weinig dieper.
Totaal vermolmd van zinnen leek hij te overwegen of volledig verdwijnen geen uitkomst was, maar verdwijnen zou niet fair zijn met een dergelijke fanclub in de buurt en dus begon mijn mens zich ermee te bemoeien.
‘Wie weet wat Rasmus nodig heeft ?’
‘Een bad?’ opperde één van de kinderen.
‘Rust’ , opperde een ander
De roedel leidster, was inmiddels uit de modder gestrompeld en zei niets maar gaf nu weer haar volle aandacht aan haar rinkel en tokkelbakje waar duidelijk spannende zaken op gebeurden.
De mensenpuppy’s hadden het echter wel begrepen. Ze lieten Rasmus nu eventjes alleen om rustig uit te ademen en maakten zich op om zich te gaan verstoppen.
Zo nu en dan riep eentje Rasmus’ naam waarop deze eindelijk de modder verliet om dit spelletje wel mee te spelen, de jongens te zoeken om ze enthousiast in te wijden in één van zijn grootste passies, namelijk smurrie.
Een mooie dag.
Maar neem het me niet kwalijk beste lezer, ik weet en ik aanvaard dat u er net andersom over denkt, over die modder maar ondanks alles moet je het leven wel eens vaker op heterdaad betrappen.
Uw herkauwende
Titus




