Maand: maart 2026

Als de zon ballorig mag zijn, dan wij ook..

Beste lezer,

Bestaat bij de mens enig notie van de plas-as, vroeg ik me onlangs af toen ik een mens doodgemoedereerd richting oost-west zag plassen of is het daar boven weer een chaotisch zootje ?

Dat eist verduidelijking.

Het durft daar boven bij de zon nogal eens een trekken en duwen van krachten te zijn . Dat periodiek geharrewar overkomt de zon nu eenmaal met wispelturige stormen die de volledig zooi daar binnenste buiten laat keren. Stormen, die ook zonder aanwijsbare reden wegebben. En even later wordt alles weer rustig.

Tijdens zo’n stormen lijkt de wereld hier wel op zijn kop te staan en dat geeft een goed excuus voor ongeveer alles want als de zon balorig mag zijn, dan wij ook. Het getrek en geduw van bovenaf komt aan mens en dier hangen met de zwaarte van een dampende schapenvacht. Het is even mooi als onbehaaglijk en resulteert in een spel van verbazing en dubbelzinnigheid. En voor je het het weet loop je rond als een kip zonder kop;  jagen lijkt niet te lukken, de spijsvertering is van zijn melk en plassen doe je nu van de weeromslag richting oost-west !

Duiven voelen het als eerste. Ze vinden hun weg niet meer naar huis, blijven hangen daar waar ze door zouden moeten vliegen en eindigen in de foute uithoek van hun vliegroute.

Maar als de hond anders gaat plassen,  zou zelfs de mens moeten beseffen dat het trekken en duwen van de zonnekrachten op hun toppunt zijn gekomen. Geen beest haalt het op zo’n moment in zijn kop om conflicten te zoeken, een nest te bouwen of een grote jacht te organiseren. Met de zon wordt niet gespot.

Dus als ook Rasmus plots tegen de richting plast, voelt de situatie aan als een zwijgend zonne-incident, zonder de mogelijkheid er iets aan op te lossen, dat de schijn van een afwikkeling heeft.  Alsof de zon zich zou laten afwikkelen en zonnevlekken verstoppertje zouden spelen. Een beetje uitdagend vind ik haar wel, die zon, doodleuk allerlei gedoe en miserie uitlokkend en zichzelf kopjeduikelend in uitstulpingen transformerend, zonder enige notie te nemen van de gevolgen.

Het geknapte draadje in de gedachtengang

Beste lezer,

En of ik niet een beetje minder over mezelf kan dreinen, vraagt mijn mens. Alsof ik geen redenen tot dreinen zou hebben. Niet dat ik dusdanig welgezind ben van natuur, maar ik kan het niet helpen de schaduwkant van de wezens rond mij van mij af te schrijven, om maar te zwijgen van mijn eigen ontkende besognes.

Maar dit gaat dus niet over mij, maar over een vreemd fenomeen in de vorm van steeds meer jongmensen die er steeds vaker als versteend bij zitten, wit om de neus. Een moeder of vader die met één oog de jongmens in de gaten houdt en vervolgens voorspeldt met zorgwekkend gezicht : ‘als daar maar weer geen miserie van komt’.

Er is miserie van gekomen, eentje van het dreigende soort; niet door het leven, niet door de regen of de wind, niet door een vijandige invasie van het territorium, niet door gevallen sterren of vuile ziektes, niet door het verliezen van de roedelleider of een goede vriend, … ( tot zover de  legitimiteit van de miserie ).

Neen, enkel door één enkele venijnige, gemene gedachte en kijk, de mens wordt badend in zijn zweet van de miserie wakker en weigert de daaropvolgende dagen en nachten ergens anders anders aan te denken waardoor hij zich na enkele dagen vereenzelvigd heeft met de miserie zelf. Een toestand die hij niet meer wenst los te laten.

Oordelend vanuit de kop-enenergie van de mensen , zijn daar het merendeel van de tijd dan ook drama’s aan de gang die minstens de ondergang aankondigen – vooral dan van de denkende mens.

Om de illusie te spijzen dat alles best wel ok, doet zo’n mens er verder het zwijgen toe; een zwijgen met een dreigende ondertoon.

En dan is het zover.

Het drama zit op de troon.

De gedachten hebben zich in opmars gezet, de donderkoppen rukken op, de kop ziet tunnelzwart van het verleden en de toekomst. De ooggordijnen gaan dicht voor het fatale optreden van het drama.