Beste lezer,
Als een belaagd territorium wordt herwonnen van U mensen, beproefde en uitverkoren diersoort, dan is dat altijd een beetje sterven en opnieuw geboren worden.
Het duurde de afgelopen dagen dan ook weer eventjes voor we de ballade van het dode territorium weer vruchtbaar konden maken.
Net als muizen worden mensen territoriaal als er overbevolking dreigt of een tekort aan voedsel. En ga er maar van uit dat de meeste mensen territoriale huisdieren zijn, dan zit je in de meeste redeneringen goed.
Wij dieren lossen dergelijke zaken snel en efficiënt op, indien nodig zelfs samen met de mens maar vermits echte volbloed mensen vaak te tam zijn om creatievere oplossingen eerder dan conflict te bedenken, is de samenwerking tussen mens en dier hierbij weer maar eens ondermaats. Tamme mensen bedenken nu eenmaal van alles om niet in het wilde weg te hoeven leven, zo kennen we hem wel, de tamme mens.
Ze zouden het dus zelf oplossen dat zeggingschap over ons territorium, zonder ons dieren, waardoor een kwade wind vrij spel had gekregen op ons domein. Al wat leefde kroop voor die wind weg – veilig en warm in een nest, in een hol, en – in het geval van de vleermuizen – aan de muur. Zo’n beesten weten als er een uitdager aankomt. Je komt als hond vanzelf op het idee dat er menselijke kwelduivels moeten bestaan – ook de jongeren zijn daar van overtuigd. En als je een valk barabaars schreeuwend een zwerm roeken hoort opjagen weet je het wel. Een voorteken; want zo’n valk klimt boven de roeken uit en houdt pas op met schreeuwen als hij zich met gevouwen vleugels omlaag laat vallen. Zwaar als een steen klapt hij midden in de zwerm terwijl hij om zijn as draait en zijn klauwen uitstrekt. Een fataal grijpklauwen. Eén van de roeken lijkt vervolgens in de lucht te struikelen en begint dan te vallen, heftig klapwiekend als in een stuip. Hij is al dood voordat hij de grond raakt. Voor wie een hint kan verstaan, is duidelijk dat een uitdager op weg is.
Zelf ga ik met uitdagende kwelduivels altijd met tegenzin de strijd aan want het is waar dat de zin van de strijd me al lang ontgaat want wat kan de zin van het strijden anders zijn dan dat men er mee bereikt nog meer te moeten strijden. Dat is eerder een praktische dan een filosofische gedachte die vooral veel nutteloze energie kost.
Bovendien blijken veel kampvechters ijdele kwasten, erg ingenomen met zichzelf.
Maar plots kwamen dan wel hoopvolle echo’s uit alle windhoeken, signalen die je met wat goede wil warme en helpende voortekens zou kunnen noemen.
En kijk, de ogenschijnlijke weerloosheid van ons territorium, bleek deel uit te maken van een mythe, die de komende jaren verder kan gaan afnemen, want weerloos zijn wij dieren en jongeren al lang niet meer.
Ha !
En op een vervaarlijke manier is het conflict nu bedaard; het territorium herwonnen en de valk getemd.
De jongeren kunnen nu zien dat een heleboel lucht ontsnapt uit mijn gespannen lijf.
De rust is terug gekeerd op het domein, bij mensen en dieren.
Enkel nog nagloeiende littekens bij de nu gemaskerde valk, maar mij zal je er niet meer over horen.
We vertrekken spoorslags van waar we komen, naar de welgekomen rust.
Uw uit-ademende
Titus




