Maand: januari 2023

Kokende weeklacht

Beste lezer,

Men kan altijd herbeginnen daar waar de verwarring begonnen is. En vandaar, anders dan het tot nog toe gegaan is, de tocht naar het herstel herdoen. En ja, bij een meisje dat de boel hier kwam plat leggen was dit aan de orde.

Ze zou de rest van haar dagen dodelijk triest zijn, zei ze, eenzaam ook en slachtoffer van vrijwel iedereen en ze was zo verdrietig en gemelijk over haar verlatenheid, dat elk mens en beest het gevoel kreeg op zijn tellen te moeten passen. Hier ging iets helemaal fout.

Zou iemand uit de groep een noot van vrolijkheid ten beste geven of enige frivoliteit, dan ging ze bliksemsnel ten aanval met een luid zuchten en steunen, wenen en piepen als een pasgeboren jong. Een oorverdovend jammeren.

De andere honden en jongmensen probeerden vooreerst dit meisje te troosten en oplossingen te zoeken, te luisteren en advies te geven. Een enkel moment stopte het zuchten en weeklagen dan en kon iedereen even adem happen, maar telkens een ander mens omzichtig trachtte te praten, begon het troosteloos brullen opnieuw. Het werd al snel duidelijk dat dit over een aanvallen ging eerder dan over tristesses en dat hier winnaars en verliezers zouden bij vallen als we niks zouden ondernemen.

De andere jong mensen zochten hun toevlucht tot elkander om na te gaan of de ander mogelijk in staat was uit te maken, wat in een dergelijk geval de beste handelwijze zou zijn.

Ikzelf, die in regel goed weet bij welk mensenjong ik best ga assisteren, was hier danig in de war. Dit meisje leek de laatste lucht uit de ruimte te zuigen. Ze ging in de aanval met haar verdriet en deed dit met zo’n overdondering dat iedereen werd plat geslagen. Luisteren kon ze niet. Ze beukte genadeloos door met haar gesnik en na een tijd was ze trillend moe en steeds eenzamer en verworpener. Het leek of er geen enkel overleg meer mogelijk was in dit groepje. Het meisje leek zinloos alle moois in haar omgeving te willen vernietigen. Alle honden lagen inmiddels stil bij elkaar op de matjes.

Driftverkondiger

Lieve lezer,

Bij het jong mens dat ik onlangs mocht mee maken had de drift de overhand genomen. Dat de mensheid naar de verdoemenis was, zo klonk het en dat er maar eens moest afgeslacht worden, te beginnen bij het slachten van zijn moeder.

Die laatste zinsnede maakte duidelijk indruk want het werd plots onbehaaglijk stil in het groepje jongmensen. De instandhouding van de mensen soort was geen prioriteit voor dit jong. Ik vroeg me vertwijfeld af wat ik daarvan moest denken, te meer daar hij mij en Titus wou sparen voor de slacht. ‘Die mogen blijven leven’, verkondigde hij triomfantelijk, naar ons wijzend, alsof hij daarmee een galmkast binnenbracht om zijn keuze naar voor te stuwen.

Zijn vervulling leek compleet op dit ogenblik, zijn ogen wild blij. De staat van zijn innerlijke woede werd zo groot dat hij ineens recht overeind ging zitten en mijn mens brutaal aankeek. Hij was erg groot en heel zwaar en de macht in zijn borst, die geweldige macht die hem vandaag ineens naar deze staat van zijn had getrokken, stuurde een rilling door mijn lijf. Mijn haar kwam recht.

Bij ons dieren is de roedel heilig. Wie in onze cirkel zit krijgt onvoorwaardelijke zorg, of toch bijna. Dat is een kalmerend en geruststellend iets. Het ziet er naar uit dat je gaat overleven.

Maar dit jong bleek niet zo’n cirkel te hebben ofwel was de cirkel verdroogd, ziek.. Althans toch als hij de laatste mensen erin wou slachten en mij en Titus in de plaats wou zetten.

Ik was niet zeker of ik wel in zijn cirkel wou zijn, maar plots nam hij me stevig vast, gepaard gaande met enkele vreemde binnensmondse vloeken, een snel hijgen dat steeds intenser en luider werd. Dit is het donker dat geen schaduwen kent. Het zwart. In het merg van zijn bestaan.

Gelukkig kwam mijn mens tussenbeide en bevrijdde me rustig maar kordaat uit deze zwarte armen.

Afgeslagen, op de weg naar een godvergeten elders

Waarde lezer,

Een raadsel is het. Waarschijnlijk betreft het een menselijk verschijnsel, het remmen van de dood, of zelfs het stoppen ervan.

Enkele dagen geleden voltrok zich hier een vreemd fenomeen.  De kat Remus was al enkele keren sterk ruikend (naar dierenarts), thuis gekomen en langzaam was hij minder beginnen te rommelen. Ook zijn ademhaling deugde niet meer. Eén en ander gaf Titus aanleiding om zijn gedachten te verplaatsen naar een wereld van rust en vrijheid. Een vrolijke wereld die er zat aan te komen als de kat eenmaal dood zou zijn.

Aangenomen dat de dood van Remus onafwendbaar was begon ik stilaan te waken. Ik liet hem dicht tegen me aan liggen in mijn mand waar hij nu werkelijk dood stil bleef zitten. Dood gaan is hard liggen dus ik bood zoveel mogelijk zachtigheid aan, de vrolijke bui van Titus negerend.

Maar de volgende dag, werd hij plots meegenomen, een draagbak ingelegd en weggevoerd. Waarom niet verder wegglijden naast mij in mijn mand, vroeg ik me vertwijfeld af. Waarom doodgaan in de auto, of langs de kant van de weg?
Als één van je kennissen in het onbekende verdwijnt is dat akelig. Ergens gestrand in een godvergeten elders. De verkeerde afslag genomen. Nog amper levend, of amper dood waarschijnlijk.

Maar enkele uren later wordt hij plots weer binnen gedragen. Verward, geschoren en ruikend naar mensen spullen van het soort waar ik van gruwel.. Maar leven doet hij wel!

De wederopstanding van Remus is een bijzonder verschijnsel te noemen.. De dood die wordt geremd, te grazen genomen, pootje gelapt.. De dood die pardoes op zijn neus terecht komt. Haha.. die dood !

De rotzooi verflodderen

Beste lezer,

De regen blijft stromen en voor sommigen gaat het leven slepen. Zoals onlangs voor een jongmens voor wie zijn smarten te pijnlijk begonnen te snerpen en het gewicht van de liefde niet meer te dragen was.

Hij ligt tegen me aan, in een bedje in de yurt bij het vuur. Samen diep onder de dekens. Hij voelt koud aan, in zijn hoofd ; in zijn lijf en hij lijkt niet meer te weten dat dit een kou is waar bescherming tegen bestaat. Hij voelt zwak, vergeten wat kracht is; kracht om overeind te staan en de wereld recht in de ogen te kijken. Hij lijkt zichzelf te willen beëindigen. Nog even en hij is nauwelijks nog te ontdekken en als je geen hond was, je zou er overheen kunnen kijken. Maar wie goed aanwezig is voelt de ongenadige eenzaamheid snijden. Gelukkig ben ik een hond, met veel lijf en veel vacht.

Gelukkig is mijn warmte voorbeeldig op post en deze is heel goed in staat om het leven van het jong mens op temperatuur te houden. Ik heb geleerd het zorgelijke en sombere van me af te ademen. Stilaan kan de grote zee van verdriet kalmeren. De jongen ligt niet meer diep onder water maar is boven komen drijven.. op mij, zwaar en hijgend op mij. Ik schuifel tot ik terug kan ademen. Maar dit jong kan zich aan me vastklampen als een reddingsboei en reddeloos is het jongmens nu niet meer.

Gonzend van waarde

Waarde lezer,

Er gebeurt plots iets vreemds met de mens in deze donkere periode van het jaar.

Het begint langzaam maar zeker te waaien in hun hoofd. Ze raken zo vol gedachten over wat voorbij is en wat nog moet komen, dwingende en droge gedachten die zo snel en krakend door hen heen trekken, dat geen stilte van buiten er iets kan aan verkoelen of verzachten.

Het blijft een vreemde kwestie om aangetrokken en geteisterd te worden door wat voorbij is, tijdens dat graven plots misselijk makende beelden tegen te komen, daarover vervolgens nog eens te gaan huiveren en sidderen en keer op keer onrustig en triest worden over diezelfde voorbijigheid.

En terwijl je ze ziet weg waaien in het hoofd, de ogen in de verte starend, dwalend naar een groot leeg eiland, een grote levenloze ruimte, keer op keer betredend terwijl er niks te halen valt… enkel de voorbije onrust en de pijn, en de miserie die mogelijks nog zal komen, heb ik weer eens met hen te doen.  Herkauwend als was het iets om zich aan vast te klampen, aan die pijn, als was het een stokje dat gegooid werd en dat je niet meer loslaat. Onwillekeurig in de greep van een fataal gebeuren dat alle lol leegzuigt. Ikzelf ruik en hoor het aan hun onregelmatige ademhaling, hun hartslag die tekeer gaat.

Geen hond die daar iets van snapt. Ik denk niet dat ik naar dat eiland wil en af en toe overvalt het me als een groot geluk dat ik de weg er naartoe niet ken. Voor ons zijn oude geuren een vluchtige gleuf naar het verleden… waar je het leven doorheen ziet woekeren, het leven van vroeger dat even snel wegwaait als de geur zelf.