Maand: november 2022

Het loopt me weer eens over

Beste mens,

Het is ondenkbaar dat een mens ons in de modder van de afgelopen dagen zou vervoegen in de uiterst zinvolle activiteit van het modderrollen gevolgd door het onvermoeibaar verder werken aan projecten onder de grond die tot enige doel hebben onze zelfstandigheid en uiteindelijke hygiëne te bevorderen. Deze techniek is bijzonder gezond en overbekend onder ons dieren. Mijn roedelgenoot Titus, die zeer sjouwerig van aard is op dat vlak en tonnen aarde en modder kan verzetten  teneinde tot een onvergetelijke scrubbing te kunnen komen, houdt er niet alleen een waterdichte vacht maar ook een ongewone lichaamskracht aan over. ‘Het loopt me weer eens over’, is de vrolijke uitdrukking die hij gebruikt als hij na lange tijd weer eens bovengronds komt.

Omwille van dat laatste hoopt hij eerbied en roem te mogen ontvangen van mens en beest. Modder is energie voor hem en hij is inmiddels kampioen geworden in het camoufleren van zijn eigen geur, een kunst onder de dieren.

In zijn geurloos zijn, gebeurt het dat zijn roem hem vooraf gaat en ze hem – om hem toch van dichtbij te leren kennen – willen helpen door mee in de flow van de feeststemming te gaan. Heel vervelend vindt Titus dit , want een dergelijke inmenging zou mogelijks zijn eigen prestatie zichtbaar doen verminderen en dus is dit iets wat hij niet tolereert, deze held van de onderwereld ( dit laatste heeft hij mij onder lichte dwang doen schrijven in ruil voor hapjes van twijfelachtige aard ).

En als deze held ( ?? ) dan uiteindelijk weer bovengronds verschijnt met een impressionante bruin zwarte kleur, zien we een wezen dat knippert met zijn ogen, schitterende lome draaiingen maakt waardoor de gang wel sierlijker moet worden met een blik die de bewonderende blikken van de omstaanders hoopt op te vangen en ogen die een glans van verheugenis krijgen. Dan is er niets wat hem ook maar enigszins verstoort want in hem doemt het geluk op. Volmaakt van vorm en glanzende modder.

Gierende honger, verrek !

Waarde lezer,

Er dient vandaag één en ander gezegd over mijn prangende bezorgdheid rond eten.

Onlangs zag ik op een koude, gure dag een zeer mager mens bij ons. Het lieve kind leek vet en bloed te missen.  Alsof haar lijf toestemming had gekregen om de vloer met haar aan te vegen of was het andersom? Alsof het lijf een lesje moest krijgen. Dat lijfje leek luchtig maar voelde zwaar. Een domper op de lichte luchtigheid.

Het waarom van deze schriele mens was mij niet helemaal duidelijk maar het voelde als een vreemd sfeertje. Door oogspleetjes keek ik aandachtiger naar het meisje. Op dat moment kreeg ik een inzicht. Het gebeurde plots, nadat ik voorzichtig had kunnen snuffelen en een siddering langs haar rug zag gaan; Ik besefte dat de mens ontelbare manieren heeft gevonden om zichzelf te pijnigen.

Deze mens keek triest uit de ogen. Het geknars van haar bewegingen was huiveringwekkend. Iedere ademhaling leek gepaard te gaan met een licht steunen en hijgen.. een dreunen dat eigenlijk geen dreunen was omdat het werd ingehouden, als in, ik moet voortgaan, altijd voort gaan, onafwendbaar tot het laatste leven dit lijf verlaten heeft.

Ik zette mijn poten dus behoedzaam neer rond haar, bang dat dit mensje zou breken, en ik ging liggen om na te denken over een lijf dat een klacht leek te zijn tegen het leven zelf. Als hond is zoiets voor mij onbegrijpelijk. Ik werd in en in triest.

Mateloos, zal de tijd zijn

Beste lezer,

Van wie is de tijd ?

Die vraag stelde ik me een tijdje geleden toen ik langere tijd alleen met mijn vriend Titus ( en vijand Remus ) thuis was. Ik was verzonken in een toestand van gespannen leegte waarin ik alert wegdoezel terwijl ik de boel in de gaten houd. Titus wordt onrustig van dit soort wachten en ligt dan zachtjes te janken alsof de tijd zich daar iets zou van aantrekken.

Je moet weten ; als hond houd ik me nooit bezig met verleden tijd. Ik kijk niet terug en ik kijk niet vooruit. Dat stimuleert de feestvreugde.

Tijd, dat is dan misschien wel ; de zon die ondergaat, het moment dat je etensbak wordt geserveerd en het moment dat mijn werkdag erop zit en ik aan mijn schoonheidsslaapje kan beginnen.

Als er bij ons nieuwe, bij tijden erg onrustige mensen aankomen wacht ik steeds ongeduldig op het moment dat mijn mens zegt : ‘Hier leven wij in dierentijd, niet in mensentijd’. Vervolgens kijk ik gespannen naar de uitdrukking op het gezicht van de mensen, wezens die meestal veel volle en weinig lege tijd lijken te hebben. God mag weten waarom ze alle tijd  vol willen hebben. Misschien zijn ze bang van lege tijd ?  Bovendien gedragen ze zich alsof tijd hen misschien gegund wordt, ze tijd moeten verdienen, zien te winnen of proberen geen tijd te verliezen.

Vreemd ! Tijd lijkt iets onzichtbaar waarvoor gestreden moet worden. Het lijkt wel een geheim verbond met de tijd waaraan de arme mens eeuwige gehoorzaamheid heeft beloofd. Geen hond die daar iets van snapt.

Eenzaam wurmpje, zo’n mensje.

Beste lezer,

Ga nooit met een baby aan de haal, als hond, zo doceerde ik mijn goede vriend Titus, toen hier een poosje geleden een klein mensje werd binnen gewield in een soort fout roze kruiwagentje.

U kent ze wel, die baby’s.. die als prinsjes en prinsesjes geëtaleerd worden waarna elk mens die je dacht toch een beetje te kennen transformeert in een soort kirrend onuitstaanbaar wezen.

Ik verwittigde Titus dus, dat dit wel degelijk een mensje was en dat alles rond zo’n wurmpje be(ge)laden was. Uit de buurt blijven dus en alle charme registers opentrekken zodat je als hond niet helemaal op de achtergrond verdwijnt. Alle ogen zijn nu op het baby’tje gericht.

Nochtans, bij nader inzien, lijkt ontzag hier niet op zijn plaats.

Vooreerst is het wurmpje helemaal alleen , ongetwijfeld eenzaam want alleen op de wereld komen is voor ons honden vrijwel ondenkbaar.  Mijn eigen nest telde 9 pupjes, dat van Titus de volle 11 ! Met zoveel broertjes en zusjes kan je wel wat aanvangen.. maar alleen ??? Dat geeft te denken.

Verder lijkt dit wurmpje niks van betekenis te hebben meegekregen : Zitten kan het niet, lopen al zeker niet en het hoofdje lijkt enkel wat te kunnen wiebelen.. Over de nek wil ik het dan nog niet eens hebben.. Die lijkt van rubber te zijn.

De uitwerpselen liggen in een pakje rond het kind. Ook vreemd. Maar persoonlijk vind ik dat aspect minder afstotelijk.

Er zijn nog meer dingen die twijfel wekken aan de bejubelde aard van het kindje : geen tanden, geen klauwen, geen vacht : een hopeloos geval, een tandeloze made, een kwijlende cocon ( al hoor ik over dat laatste eigenlijk geen opmerkingen te hebben ). Misschien zijn dat dingen die naderhand toch nog in orde komen ?

License to kill

Lieve lezer,

Gebraden kippen vertellen niet veel. Als ze – als jong prooidier – met hun drukdoende moeder meelopen weten ze nog niets over gewichtige zaken zoals de wetenswaardigheden over roofdieren; vossen bijvoorbeeld of erger nog mensen en dat deze, als koning der creaturen, om een duistere reden, het monopolie hebben over de vergunningen op leven of dood. En dus moeten die beestjes zelf maar zien hoe ze dingen te weten komen, van andere beesten bijvoorbeeld.

Deze gebraden kip, waar ik op dit moment gebiologeerd naar staar, heeft zich er waarschijnlijk nooit het hoofd over gebroken waarom niet ik maar zij op een bord terecht moet komen, waarom zij in de categorie ‘niet aaibaar, wel eetbaar‘ is terecht gekomen. De oorspronkelijke eindeloosheid van het leven is haar ontzegd. Zij was een prooidier natuurlijk, maar..

Als volwaardig en goed getraind roofdier, heb ik zo mijn bedenkingen bij die vergunningen en hoe die toegekend worden.

Dat de mens zichzelf als opper-killer heeft uitgeroepen is onderhand wel duidelijk. Of hij zich als verstandig roofdier gedraagt, is een kwestie die hier misschien niet het onderwerp van debat moet worden. Ik wil tenslotte aaibaar blijven. Waar eindigen we anders ?

Maar hoezo bepaalt de mens wie welke vergunning krijgt als roofdier, wie mag blijven leven, wie dood moet, wie belangrijk is, wie onbelangrijk is, wie voorrang krijgt en wie op de achtergrond moet verdwijnen ?

Neem nu de kat ( ik noem geen namen ! ). Hij lijkt van de mens een beperkte vrijgeleide te hebben gekregen om te killen doodeenvoudig omdat dat beest prooien pakt die de mens een beetje bibberig maken.

Neem dan de vos.. Veel discussie daar over de vergunning. Op sommige plaatsen wel een vergunning op andere niet.. Sterkte aan de vos die dat moet begrijpen.

Of neem de buizerds die hier  luidkeels rondhangen. Die hoeven geen vergunningen omdat ze er zich toch niks zouden van aan trekken. Een vogel lijkt aan het systeem van vergunningen te ontsnappen.