Beste lezer,
Je bent geen echte persoonlijkheid meer zonder een identiteitscrisis op zijn tijd en sinds mijn pupil en huisgenoot Rasmus de afgelopen maanden steeds groter, knapper, altletischer en behaagzuchtiger wordt en ik in dat licht steeds meer vergeleken word, heb ik recht op een eigenste persoonlijkheidskortsluiting.
Want de infant Rasmus, is inmiddels ieders lieveling en houdt zich als flinke knaap – en public – angstvallig aan alle afspraken. Zijn wezen boert van vriendelijke onderdanigheid, een eigenschap waar ik knorrig van wordt.
En dus.. daar gaan we weer in koor :
‘Titus is jaloers !!’ kirren een aantal meisjes. De conclusie lijkt gebeiteld.
Dat de mens ook hier weer volledig de bal mis slaat zorgt ervoor dat één en ander weer eens goed fout zit tussen de mens en mij.
Je kan natuurlijk altijd je hoofd afwenden ter ontwijking van het speeksel dat de woordenval over jaloezie meestal vooraf gaat.
Maar nu vraag ik je, moet een hond in deze belachelijk geprojecteerde sneer op oneerlijke gronden zo’n royaal gelag betalen ? Puur voor een vlegelachtig genoegen van zo’n jong mens ?
Kijk, ik weiger te luisteren naar dergelijke laster. Ik kan het niet; ik denk dat ik op dat punt gehoorgestoord ben, ik vrees dat in mijn oren alles dichtgroeit. Zo’n aandoening had ik vroeger ook in periodes, een bevangenheid ter hoogte van het borstbeen, de haargroei die het horen belemmert, de oorholte die geen holte meer is maar een hokje vol plots opduikend slijm dat vervolgens als snot of luide rochel het woord jaloezie overstemt.










