Beste lezer,
‘Is hij wel zuiver op de graat?,’ zag je zo’n jonge zenuwachtige hond zichzelf afvragen, terwijl hij vanachter een zeteltje loert naar een nieuw aangekomen jongmens die druk met zijn handen zwaaide.
Het beestje kon duidelijk nog geen handlezen om te weten of die mens te vertrouwen was, wat zijn bedoelingen waren en wat hij van ons wou.
Geen hond kan een jota van een mens begrijpen als hij geen handlezen kent, maar makkelijk is het niet want ze hebben een onrust die handen waar je verstand als hond bij stilstaat.
Zij slaan en strelen tegelijkertijd, hebben overweldigende duizelig makende geuren, zwaaien als personages in een overdadig drama, trekken aan oren, verstrengelen zich in elkaar tot alle duidelijkheid en rust over wie je daar nu voor je hebt, is bedorven.
Je weet nooit wat ze gaan uitrichten, zo’n mensenhanden en als ze eenmaal gaan samenwerken kan het alle kanten uitgaan. Voor alle doeleinden. Genadeloos soms. Onvoorspelbaar; soms klam en zweterig, soms dodelijk koud. Bijten, kunnen ze, grijpen, en ingewikkelde bochten maken. Je kan ze maar best voortdurend in de gaten houden. Aan de geur hou je nog het meest duidelijkheid over.










