Beste lezer,
Deze ochtend werd ik wakker met een rottig gevoel na een zeer naargeestige droom. In die droom was ik even groot als alle mensjes en dieren bij Patrasche en allemaal samen speelden we als kleine poppetjes aan de oever van de grote beek waar Titus met graagte modderbaden neemt.
Plots verschenen grote figuren, mensen, met gigantische laarzen. Iedereen kon voelen dat hier onheil in de lucht hing. Het ene menswezen droeg een grote bijzonder scherp gevormde laarsschoen met een hele dikke zool waar één van de schaapjes bijna onder terecht kwam. Het beestje kwam er met de schrik vanaf.
Het bezoek begon met enige fatsoen, beleefd bijna zoals de hyena aan de andere kant van het kadaver alvorens alle fatsoen te verliezen. De laars wezens verwachtten eerbetoon, en als dit ondermaats bevonden werd gingen ze over naar mokken om daarna luid en aanstellerig te zitten praten en ze leken ons dieren en mensjes als speelgoedjes voor hun vertier te willen gebruiken. Dobbelen om wie ze eerst zouden gaan gooien naar elkaar en stilaan steeds meer verveeld omdat we niet wilden mee spelen. Dit was geen leuk spel met spelregels die eenzijdig waren opgesteld. Misselijkmakend.


