Slikvat

Beste lezer,

Het doet er niet toe wat het is en hoe het zo zurig en giftig is geworden. Het geeft niet hoe lang het er al zit te verzuren van buiten naar binnen en hoe erg het op de maag is gaan liggen. Het maakt niet uit of het glad is, obstakels heeft of veren. Je slikt het in en en zinkt er dan mee. Het is naar binnen gegleden en nu is het binnen.

Binnen.

De zuchtende, steunende en bibberende gedachten die waren ingeslikt bij een jongmens waren niet nieuw. De jongen werd er erg moe van, schichtig ook en erg slapjes. Vervelend en vermoeiend was dit ingedikt sliksel voor hem.

Waar gaat al dat sliksel naartoe vroegen Titus en ik ons af, nadat het vakkundig naar binnen is gewerkt. Volgens Titus hebben mensen een sliksel-vat, dat zich ergens diep binnen ter hoogte van de buik zou bevinden. En elke storende gedachte, kan dan als een soort afscheid van de pijnlijke realiteit in het vat verdwijnen. Eenmaal behept met zo’n vat, loopt zo’n mens dan met een schaduw rond zich rond. Hij loert en wordt schichtig, alsof elke mens en elk beest misschien toch de inhoud van het vat kan ontwaren, alsof de schaduwen net niet genoeg verbergen.

Het gaat er krankzinnig aan toe in de mensenwereld. Stilaan wordt zo’n vat zwaar en belangrijker dan de jongmens zelf. De schaduw wordt steeds breder, waar de zon ook staat. Wie in het vat kon neerkijken zou spoedig vinden dat er niks gebeurt. De betekenis is niet te zien. Eén en ander gist, is bedorven en wordt giftig. Zo’n vat wordt een baken bij het wegmoffelen van de angst en het onbehagen dat met de storende gedachten gepaard gaat. Een baken ook voor angst dat elke verandering een verstoring van het toxische evenwicht zou inhouden.

Zo’n vat, oppert Titus… Wat is nu helemaal zo’n vat.

‘Storingen hebben voorrang’ zegt mijn mens dan in de hoop dat de storende gedachten toch hun weg naar buiten zouden vinden. Maar ze weet best dat ze ons hiervoor nodig heeft.

Stilletjes ga ik bij het jongmens zitten en samen bekijken we het vat.

Bijna onmerkbaar wijst het vat hem de weg naar het deel van zin wezen dat hij vergeten was. Hij bleef peinzend staan kijken naar de inhoud, voller van zurigheid en gif dan hij ooit had vermoed. Via vele tranen en gesnik wordt het vat stilaan leeg gemaakt.

Zou men nu dichter bij komen en goed waarnemen, dan zou men de lege plek kunnen ontwaren die nu met warmte is gevuld.

Het enige wat nu bestaat, is de verlaten duisternis; zijn goeie leven en het bloed in zijn aderen en het kloppen, het beestachtig kloppen van zijn hart. Alles werkt juist verschrikkelijk goed.

En de regen spoelt alles weg

Uw tevreden

Nexus

 

 

 

Mis geen enkele brief van Titus!

Schrijf u in op de nieuwsbrief 🐾

We sturen je geen spam! Lees ons privacybeleid voor meer informatie.

Hallo daar 🐾
Leuk je te ontmoeten.

Schrijf je in om onmiddellijk de nieuwste brief van Titus te ontvangen

We sturen je geen spam! Lees ons [link]privacybeleid[/link] voor meer informatie.