Beste lezer,
Het doet er niet toe wat het is en hoe het zo zurig en giftig is geworden. Het geeft niet hoe lang het er al zit te verzuren van buiten naar binnen en hoe erg het op de maag is gaan liggen. Het maakt niet uit of het glad is, obstakels heeft of veren. Je slikt het in en en zinkt er dan mee. Het is naar binnen gegleden en nu is het binnen.
Binnen.
De zuchtende, steunende en bibberende gedachten die waren ingeslikt bij een jongmens waren niet nieuw. De jongen werd er erg moe van, schichtig ook en erg slapjes. Vervelend en vermoeiend was dit ingedikt sliksel voor hem.
Waar gaat al dat sliksel naartoe vroegen Titus en ik ons af, nadat het vakkundig naar binnen is gewerkt. Volgens Titus hebben mensen een sliksel-vat, dat zich ergens diep binnen ter hoogte van de buik zou bevinden. En elke storende gedachte, kan dan als een soort afscheid van de pijnlijke realiteit in het vat verdwijnen. Eenmaal behept met zo’n vat, loopt zo’n mens dan met een schaduw rond zich rond. Hij loert en wordt schichtig, alsof elke mens en elk beest misschien toch de inhoud van het vat kan ontwaren, alsof de schaduwen net niet genoeg verbergen.


