Maand: augustus 2025

De zomer, minder blijmoedig gedragen

Beste lezer,

Eerst het goede nieuws. Op het eind van de zomer, lijken de vreemde gedragingen van de mens stilaan weer normaal te worden. We hebben het weer achter de kiezen, de beladen en omkranste manieren om ‘uit te rusten’.

Staat de zon hoog, dan is het voor honden heel gewoontjes, rusttijd, schaduwtijd, dikke konijnen tijd…  Herademen, heropleven.

Stress, spanning, hoe bedoelt u?

Zo niet de mens, die zichzelf en ons mee sleept op uitstappen, autoritten, feestjes waar van alles is te doen, behalve rusten. Een beestige nachtmerrie.

Even denk je dat de rust gegund is. Tant pis. Daar gaat ze weer met ons de zomerhort op in een vreemde uitgelaten stemming. Als het rugzakje van zolder wordt gehaald, weet je het wel, en vrolijk worden we langs bos en hei geleid en samen eten we dan chesterkaas met aardbeien (??!).

Met het prachtige weer zou elk weldenkend beest een broeierige auto ontvluchten, maar onder dubbelzinnige voorwendselen ben je er toch weer ingelokt tot je broeierige ogen schimmen zien schommelen van voorbijrazende dieren die wel thuis mochten blijven.

En huppa, naar zee maar weer, want mijn mens heeft nu niet langer een boodschap aan het heuvelachtig weidelandschap. Op de kont van een koe kan zelfs een mens uitgekeken raken.

Op het strand ontmoet ik een Hollandse teef die mij straal voorbij zweeft om met Rasmus te flikflooien. De kleine jankt een octaaf te hoog en verliest alle tijd en ruimte door de schaamteloze bereidwilligheid van de teef.

Voor altijd, voor altijd.. voor altijd, zo lang als dat duurt… lijkt deze zomerliefde voorbij te flitsen.

De kleine bespeelt de eeuwigheid als een rekbare kousenband!

Het lichaam flauw, tussen grijs en blauw

Beste lezer,

Voetje voor voetje, letterlijk te nemen, maar dan ook niet sneller, keren we terug in het gedoe der mensen.

Met wat na ziekte overbleef van mijn mens na een duidelijk periode van vuile virale beestjes, zat er niks anders op dan ons een tijdlang samen terug te trekken in een denkbeeldig sanatorium.

Elk normaal functionerend beest zou zich dan stilhouden, slapen en dimmen tot de ziekte wegtrekt, zo niet de mens die zich als een belachelijke geslagen hond voort sleept.

Ze sloft rond op een afgesleten zool van een zieke ziel, wil geen mensen zien en omringt zich enkel met haar lijfwacht (Rasmus en ik dus) …

Dat is wat je een lastig parket noemt en geheel de schuld van het niet kunnen stilzitten van mijn mens. Zuchtend en kreunend moet er dan toch nog onzinnige werk gebeuren.

Haar lichaam bevindt zich in de situatie van het eind van een roedel gevecht. Naar buiten toe stelt het nog één en ander voor, maar een heleboel functies hebben laten het afweten.

Ze voelt als tussen grijs en blauw

Ikzelf heb weinig omkijken naar mijn lichaam. Het wandelt – al dan niet gewillig – overal met mij mee, het wacht terwijl ik stilsta om in de konijnenpijpen buit te bespeuren.

Mijn lichaam durft ook al eens tegendraads te functioneren, maar welk lichaam doet dat niet? Als het ziek is, lig ik er languit mee in de mand, wachten tot ik weer uit de poten kan. U leest dat en u denkt, Ja, zo’n corpus heb ik ook; ik heb er een eksteroog op, maar voor de rest herken ik de kenmerken. Dat betekent dat u en ik minder mooi en sterk zijn dan een aantal uitverkoren kameraden.  Maar dat banale lijf van u en mij heeft zo zijn voordeel, luister goed.