Maand: februari 2024

Een zaak van levensgeur

Beste lezer,

Leeg is de wereld, op de niet zo zuinige stukjes geurloze stress na omdat het leven nu eenmaal niet om te lachen is.

Steeds meer jong mensen komen in deze modus in ons gezamenlijk territorium. Versteend en leeg is dan het verlangen om te ervaren, nadat de wereld hierbuiten hen blijkbaar heeft misbegrepen, overbevraagd of overprikkeld.

En toch ontwaakt in deze steen iets … En wel verlangen om te vallen. Maar als zo’n jongen dan – bij wijze van spreken op de grond ligt, wil de steen nog verder vallen. Dat kan niet, behalve natuurlijk als de grond zich opent en zo’n jongere in de grond wil verdwijnen. Zo’n jongen hoeft je niks meer te vertellen.

Wanneer ik zo’n steen voel, en de blik in mijn mens’ ogen zie, weet ik dat dit een waarschuwing is. De beklemming die zich om het hart heeft gelegd, moet nu op een vreemde manier eerst gekoesterd worden en aan dit verlangen moet ik dan uitzonderlijk voldoen.

De vergankelijkheid van vrijheid

Beste lezer ,

We komen altijd en onder alle omstandigheden toch wel een portie vrijheid te kort, leek de boodschap te zijn van de kat Remus toen hij tijdens een stormnacht verplicht werd binnen te blijven nadat hij dagen de hort was opgeweest.

Ik zelf wil het probleem van vrijheid ook al een tijd gaarne ter sprake brengen, te meer daar we er de laatste tijd erg veel van verliezen. De vroegere feestje in de taluds, die Titus en ik in volle victorie konden vieren, lijken stilaan tot het verleden te behoren. Dat is het resultaat van onberekenbare beslissingen die de mens maakt, waarbij we – met alles wat daar nog van onafgewerkte zaken op ons wacht, voor gek blijven staan wachten op het moment van ‘toestemming’. Geen hond die begrijpt waarom dergelijke hoogtepunten van feestvreugde ons plotseling ontzegd worden. De vrijheid blijkt eens te meer vergankelijk.

De niet zo geheimzinnige drang om onze jachtinstincten levendig te houden, zal me misschien één dezer dagen toch weer te pakken krijgen zodat ik verplicht zal zijn, onverhoeds, en zonder toestemming stiekem alleen op avontuur te gaan.

Waarom de mens alle vrijheid krijgt en wij onder het juk van hun regels moeten leven, is een vraag die bij Titus en mijzelf steeds meer opborrelt, ook nu we zien dat onze huisgenoot, de kater Remus zich van al dat juk geen ene moer aantrekt. Zelf rept hij over vrijheid geen woord. Hij neemt ze gewoon. Met zijn voltallig overlevingsarsenaal en een belachelijk belletje aan zijn nek banjert hij dan rond alsof hij een overvolle agenda naholt.