Maand: april 2023

Moeder is van wolkenbier. Laat moedertje maar sullen

Beste lezer,

Als mijn mens beestige gedachten tracht te hebben loopt het in regel mis. En afgelopen week voelde ik het al uren aankomen, dat mislopen.

Aan het zenuwachtig over en weer lopen van en naar de schapenstal kon ik afleiden dat er weer eens iets loos was met één van de schapenmoeders die haar kind niet (h)kende. Nu gaan schapen in regel niet gebukt onder hun probleemoplossend vermogen, maar er is altijd wel een valabele reden waarom zo’n schaap haar kind niet wil hebben maar mijn mens is blijkbaar nog niet beestig genoeg om dat te snappen.

Het ontredderde moederschaap bleek een jong pubertje te zijn dat het lam verweesd had achtergelaten als een ballast die je gelukkig hebt kunnen afgooien waarna ze zich terug bij haar vriendinnen kon voegen. Moeder was van wolkenbier. Laat moedertje maar sullen. Hier was dus assistentie nodig om het hoopje ‘ballast’ een nieuwe bestemming te geven. Dat vonden ook de jongmensen die het tafereeltje stonden te becommentariëren.

Maar als ik even later mijn mens met ijver en toewijding naar de stal zag klossen met papfles en handdoeken wist ik wat er stond te gebeuren.  En inderdaad, luttele tijd later verscheen ze met een lam in haar armen dat ze koesterend binnen brengt. Waarschijnlijk vond ze dit weer een nobele daad, een gedachte die het tafereeltje iets heldhaftigs gaf ook al weet elk beest dat het foute boel is.

In de natuur is de moeder de norm van wat er verder met het jong gaat gebeuren, niet een ander dier en al zeker niet de mens. ( geiten durven zich hier nog al eens tussen te werpen om één of ander jong te redden en in dat kader staan ze dus verdacht dicht tegen de mens).

Enfn.. De mens stelt de wetten en de regels. Ik heb het nooit anders gezien zodat je wel zou denken dat dit de gewone gang van zaken is, maar als Titus en ik onze mens met het lam naar huis zagen komen beseften we weer dat dit niet de normale gang van zaken is, maar dat de mens niet meer in staat is tot beestigheid.

Stella

Beste lezer,

Nog met de bibber in de poot, schrijf ik U vanuit mijn ziekenmand.

Ieder die mij kent weet dat ik bijzonder gehecht ben aan mijn kleine en grotere aandoeningen en dat ik voor de dokters die mij behandelen een ontzettend ontzag koester.  Vandaag werd ik verdoofd zodat mijn darmgestel kon worden onderzocht. In de aanloop hiertoe heb ik een volledige dag niet mogen eten. Ook dit vermeld ik toch eventjes gezien de heldhaftige manier waarop ik dit heb doorstaan.

Ziekenhuis dagen , zoals vandaag zijn dan ook bijzondere evenementen voor mij waar – met de jongmensen – vaak nog lang wordt over nagepraat.

Een bijzondere dag dus met een hoogtepunt dat net voor de ingreep plaats vond in de wachtzaal waar precies naast mij een teefje van onbepaald ras toekwam.

Het beestje bleek naar de naam Stella te luisteren en had lange blonde lokken die in speelse krulletjes rond haar oortjes hingen. Ik probeerde haar te besnuffelen, maar voor het verfijnde en hevige rieken waarmee ik één en ander zou kunnen begrijpen, schoot mijn neus in deze onwelriekende omgeving te kort.

Ik schuifelde zenuwachtig over de grond om haar aandacht te trekken en ze keek me eventjes ernstig aan waarna ze verveeld naar de zielige pot snoepjes keek die bij de wit – jassen- mensen stond. Ze vond me misschien saai, of dik of onbenullig. In ieder geval was er nu sprake van een plotse windstilte in onze betrekkingen en we keken minutenlang niet naar elkaar.

De drukte van de witte jassen die heen en weer liepen en met honden en katten achter een blauwe muur verdwenen waar blijkbaar allerlei mysterieuze zaken leek te gebeuren was nu begonnen. De meeste dieren zaten in bakjes of in dekentjes te suffen niet goed beseffende hoe gevaarlijk sommige van die witte jassen zijn en hoe eng ook.

Plots had ik grote zorgen voor Stella die er naïef luchtig leek bij te zitten. Ze kreunde wel lichtjes telkens ze haar voorste poot bewoog. Haar vrouwtje was met een bakmachientje aan de gang dus die merkte niks op.

Bij wijze van tegemoetkoming kreunde ik nu lichtjes met haar mee zodat ik weer haar blik ving en een gevoel van verwachting zich van mij meester maakte.  Een snelle zijdelingse blik leerde me dat haar nageltje was afgebroken waardoor ze erg veel pijn moest hebben, de arme schat. ‘Schep moed’ stuurde ik haar.