Maand: september 2022

Het leven is dood en opgevreten maar de honger gaat door.

Liefste lezer,

Niet alles en iedereen hoeft een naam te hebben voor ons roofdieren. Jullie – de mensen – en wij de honden hebben lang geleden besloten dat er dieren zijn die we eten, dieren die we aaien en dieren die we haten. Dat is niks nieuws. De spin die je net hebt doodgemept krijgt geen graf maar verdwijnt in de vuilnisbak. Het stuk kip op jullie bord wordt niet betreurd en ook het konijn tussen mijn tanden draag ik enkel een warm gevoel toe omwille van zijn verdomd lekkere voedingswaarde.

Tot zover dacht ik dat alles duidelijk was. Tot ik afgelopen week weer helemaal in de verwarring terecht kwam.

Het begint bij een jong mens die hier samen met andere mensenjongen over de vloer komt. Een mensenjong dat lijkt te leven op de rand van het bestaan en zeer veel besluiteloosheid toont ten aanzien van het doel ervan, brengt een heel eigen sfeer in onze roedel. ‘Dood aan het leven’, placht hij te zeggen en daarbij gaat een siddering door zijn lijf. ‘Dood als straf voor allen’, is een andere vaste zinssnede. Daar hebben we met z’n allen niet van terug want om zijn woorden kracht bij te zetten probeerde dit jong mens zoveel mogelijk te doden;  planten, kleine diertjes, struikjes… Om efficiënt te zijn in deze onderneming zwaait het jongmens dan wild met kleine stokjes rond zich heen in de hoop een vlieg of een vlinder te kunnen neermeppen. Op nadrukkelijke vraag van mijn mens mag hij niet stokzwaaien in de buurt van honden en mensen. Gelukkig ! Enfin.. Ik vind het een nogal omslachtige manier van jagen.. Eéntje met veel verlies aan energie maar er is wel meer dat ik niet begrijp van mensen.

Een zweep onder een dekmantel

Beste lezer,

Omdat wij honden de neerslachtigheid niet met gejammer kunnen overstemmen, tracht ik u vandaag met een aantal beelden mee te nemen in een wel erg onverkwikkelijk incident dat zich eerder vandaag afspeelde op een missie.

Soms gaan Titus en ik op een missie. Op verplaatsing dus, in regel om een mens in nood bij te staan in tijden van crisis, meestal in vreemde gebouwen met vreemde mensen en vreemde geuren.  Zo iets begint in regel met het schoonmaken van onze pels en poten, hetgeen bij Titus meestal een storm aan protesten uitlokt. Als we eenmaal onze missiesjaaltjes om hebben is er geen twijfel mogelijk. We moeten de baan op en het zal waarschijnlijk niet makkelijk worden.

In de auto is het stil. Iedereen bereidt zich voor en als we eindelijk aankomen aan een groot gebouw met vele blokken herken ik de de plaats. Hier kwam ik reeds eerder en al gauw zie ik ook een mens die vaak bij ons op het domein komt. Bij ons op het domein ruikt hij steeds naar vreemde producten, kan moeilijk stappen, zakt soms in elkaar, heeft een vreemde glans in de ogen en heeft het hoofd vaak vol stress en verwarring. Ik besef, dat als deze mens hier is terecht gekomen het helemaal fout is gelopen want op deze afdeling voelt alles wel heel erg geladen. Titus wendt zich af. Dat doet hij altijd als hij niet goed blijf weet met de situatie. Maar eenmaal in de eerste gang,  komen er uit verschillende kamers mensen op ons af. Ze aaien ons, sommigen knijpen in ons vel en andere wenen zachtjes. Overal is een heel dringende, bijna dwingende nood aan lijf, aan vacht, aan het echte leven, dat ook warm en troostend kan zijn en dat bovendien vrolijk op 4 poten komt binnen wandelen. Titus en ik laten het gebeuren. voelen en ruiken het zout van het zweet, de tranen, het speeksel.

Vanuit de keuken hoor ik ‘onze jongen’ mijn naam roepen dus ik snel op hem af waarna ik verdwijn in zijn armen. Ik wordt van kop tot teen omhelst en gekust. Zo te zien krijgt de jongen niet zo veel bezoek. Ook Titus wordt in zijn armen gesloten. De andere mensen in de gang staan er een beetje jaloers naar te gluren, dus verdwijnen we snel naar buiten om een lange wandeling te maken.

Zo’n wandeling is pittig moeilijk. We voelen hoe de jongen ons meeneemt in golven van angst, opwinding, stress, opluchting, haat, dan weer gelatenheid en verdriet. Dat komt recht op ons vel als hij plots de leiband strak houdt, ons ineens weer dicht vastneemt ons dan weer wegjaagt met harde woorden… Titus probeert goed te leren hoe ik de mens rustig kan maken en jazeker, onze jongen slaagt er stilaan in om een stabiele rust te houden. Er wordt al anders geademd. De toon wordt milder en de woorden zachter. De leiband staat niet meer strak.

We vinden een bankje waar ik zonder vragen opspring en languit op de jongen ga liggen. Mijn mens grijst dus het zit wel goed. Alles is stilaan kalm geworden. Er wordt nu rustig gepraat, bijna gefluisterd. Ik voel dat de strelingen vloeiend en gelijkmatig geworden zijn. Alles lijkt weer in een goede energie te zijn beland. Maar..

Gigolo

Beste lezer,

Ik breng U – met permissie – eventjes in een onbehaaglijke situatie :

Stelt U zich even voor dat Uw lijf gemeengoed is geworden. Overal waar U komt mogen mensen jou aaien, betasten, je hoofd vastnemen om je vervolgens recht in de ogen te kijken,  in je vingers en tenen knijpen om je ondertussen belachelijke woordjes toe te kirren.

Verzet in deze, of zelf maar enige nukkige weerstand wordt al gauw als ‘onwillig’ bestempeld. Een tekort aan een will to please.. De geur van al die betasters blijft vervolgens op jouw vel en haren achter. Je ruikt algauw niet meer als jezelf maar naar een geur-mix uit een andere wereld.

Vroeger overkwam me – bij zo’n gelegenheid – nogal eens een paniekmoment. Het gevoel mijn lijf kwijt te raken. Verward ook.. Aaien is wel fijn natuurlijk en sommige handen zijn ook lief en stevig maar toch.. Een keuze lijk ik niet te hebben. Ik onderga het, nu eens genietend, dan weer lusteloos, zonder het gebruikelijk genoegen ; een andere keer walgend. Maar altijd berustend.

Na een tijdje vond ik mezelf verwerpelijk, een regelrechte Gigolo.

En dan heb je Titus. Titus had reeds van kleine puppy af, duidelijke spelregels opgesteld voor zijn lijf:

  • Je blijft met de fikken van zijn kop ( dat maakt hij ook erg duidelijk )
  • Niet iedereen mag hem aanraken, daar is hij zeer precies in.
  • Heeft hij teveel gepruts gehad aan zijn lijf, dan trekt hij zich terug in één of andere bench
  • Ruikt zijn lijf teveel naar anderen, dan neemt hij een stinkend modderbad met daarna een scrubbing. Na afloop is hij weer helemaal zichzelf.

Wanneer ik mijn grote lijf weer maar eens aanbied aan de mensen zie ik hem vol verbazing en weerzin loeren, van opzij. Zijn zwijgen is alvast een stille aanklacht. Een verwijt. Dit zwijgen maakt misselijk.

Het is een dreunende stilte die het begin lijkt van een uiteindelijke tweespalt die alles, onze zottigheid, onze onschuld in bezit zal gaan nemen.

Maar dan valt de avond. Alles wat iedereen weet, is weg, alles wat wie dan ook dacht, is weg alsook de waarheid en de leugens. Alle schuld en onschuld. Weg. In het donker van de avond voel ik hoe Titus in mijn mand schuifelt en dicht tegen mijn warme vacht aan kruipt.

Zucht

Uw zachte

Nexus

 

 

 

Vampirisme

 

Lieve lezer,

De afnemende hitte en de eerste regen heeft hier een zucht van verlichting/verluchting teweeg gebracht. De families ganzen die hier op en aan vliegen beginnen langdurende samenkomsten te organiseren op de weides. Een goede verstaander weet wat dat betekent : De Herfst lonkt en daarmee ook de melancholie van deze nazomertijd. In een dergelijke melancholische stemming is het niet altijd makkelijk de rust en moed erin te houden als hier afgelopen week een duo mens-hond toekomt dat alles op stelten lijkt te zetten :

  1. De mens : Groot en erg omvangrijk. Een haardos met vreemde kleuren en geuren.. Lonkend en loerend met een zeer donkere blik. Non stop babbelend, luid, eisend, grijpend, kwebbelend maar vooral loerend.. Vanuit de ooghoeken die afhangen als bij een bloedhond. Als mijn blik de loerende ogen kruist, gaat een rilling door mijn ganse lijf. Dit is niet goed. Dit voelt erg fout, bedreigend bijna.
  2. De hond : donkere, kleine opdonder, officieel chiwawa, alhoewel.. . Loerend ook. Zwaar hijgend, log, traag en omvangrijk. Een buik die bijna de grond raakt. Maar vooral met ogen die eruit en er weer in kunnen.. Het meisje toont het voor. Ze fokt het beestje wat op en van zodra het dingetje stress krijgt, floept 1 oog eruit. Het meisje giert het uit. De hond kijkt panisch uit zijn resterende vastzittende oog.