Beste lezer,
Gezien geen levende ziel mij een nieuwjaarsbrief geschreven heeft, schrijf ik vandaag aan het begin van het nieuwe seizoen een brief aan mezelf. Dat werd de hoogste tijd gezien het brievenschrijven meestal één richtingsverkeer is waarbij ikzelf verstolen blijf van enige respons.
aldus,
Beste Titus,
Je snapt het inmiddels; verdriet mag je niet gemist hebben in het leven. Het afgelopen jaar heeft het je platgeslagen toen jouw goede vriend en coach, levensgezel en werkmakker plots dood ging.
Zo begint menig treurig verhaal.
Na de mokerslag kwam het besef dat een nieuwe fase in het leven niet te vermijden valt, hoe hard je er ook tegen vecht. Je snapt het, het gaat over zich overgeven aan iets nieuws, iets anders en in mijn geval aan een nieuwe rol. De mens handelt in rollen, zo besef je nu, en hij lijkt er alles van te weten om zich vervolgens met meerdere rollen in de problemen te werken.
En dan had je Rasmus, en zijn erupties van onozele lolligheid leken de treurnis te moeten bezweren.
Zonder opscheppen, jij weet nu wat je moet doen als je een groot verdriet heb. Vroeger zette jij je tanden op elkaar om dan te wachten tot het over gaat maar tanden blijken niets te kunnen beginnen tegen verdriet.
Bovendien had jij lak aan zo’n nieuwe positie. Net als veel jong mensen twijfelde jij of je de rol van coach wenste aan te nemen. Jij begrijpt hen. Maar jouw mens was onverbiddelijk en plaatste je – als leermeester van Rasmus- in een nieuwe rol.
Jij – beste Titus – weigerde, trok je terug in een bench om duidelijk te maken dat het aan jou niet gegeven was. En sinds wanneer wordt een hond, omdat hij toevallig zijn maat kwijt is, zomaar een roedelleider ???
Tjee. zat die even goed.
Gadverdamme..










