Maand: september 2025

We verbergen zoveel licht dat we het laatste kwartier van de maan uitsparen.

Beste lezer,

Steeds vaker wordt hier ‘het bedje’ uitgehaald en duikt daarin een jongmens schuilend voor het leven, weggedoken in het eigen lijf veilig voor het extracorpus leven.

Sommige jongmensen zijn nu eenmaal héél moe en dus vrijwaar ik snel mijn hoekje op dat bed.

De wereld wordt dan onder de dekens buitengesloten, terwijl ik dicht tegen zo’n jongmens aanschurk die voor de rest geen vlieg meer rond zich wil. Ik snap het want ik ken gelijkaardige episodes: ‘Blijf allemaal van mijn lijf, ik bepaal welke hoek ik omsla, op welke plaats mijn hart zit, waar ik om zeep ga en hoeveel uur een dag duurt. Hier met mijn leven, ‘t is van mij, ik heb het gekregen, het werd mij geschonken, merci moeder, ze zullen er met hun tengels vanaf blijven. Leve mijn leven, tintel mijn bloed, voorwaarts mijn poten, licht jullie mijn oren, wijs maar mijn neus, ik hou je in de gaten.’

Ik voel het ook aan mezelf, ik ruik de afkeer bij de jongmensen, wij willen er allemaal uitknijpen, naar een warme mand, een potig bed met zware dekens. Hoe de plagen torsen zonder gebukt te lopen, ik vraag het je.. ?

Wij ademen samen zwaar onder de dekens, zo’n jongmens en ik. Wij maken onszelf niks wijs, wiegen onszelf in slaap en verdoven ons hoofd met zalige donkerte. We verbergen zoveel licht dat we het laatste kwartier van de maan uitsparen.

En het weer buiten zeurt al evenzeer, de vogels vliegen laag en de kat is het blikvoer beu.

We roepen onszelf uit tot de meest beklagenswaardige groep bedsoldaten, rechtvaardige huilebalken, de miezerige vluchtelingen uit de normale wereld, tussen zij die nog moeten hopen en zij die het gehad hebben, wij wachten op een smak die hard zal aankomen, wij kunnen nog niet met de billen bloot.

Zucht… Fijn !

Geur bereikt je op elk adres.

Beste lezer,

De meest gevreesde neus van dit territorium – de mijne dus – reageert in regel op het perspectief. Dat wil zeggen dat ik dominante geur van de defilerende sliert mensen die hier Fikkie, Snoopy, Bruno, Wodka en Tosca van de leiband verlossen waarop hun welgevoerde vriend wijdbeens tot ontlasting overgaat, makkelijk kan identificeren.

Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, de geuren en hun gastheren: Uitdagers en bekvechters met hormonen, kleine tanige individuen met talg en zeep, rillerige meisjes met ijsbonbons, verkrampte figuren met verzuring. Moeilijk is dat niet, althans niet voor een hond.

Maar de geurende berichtgeving gaat voor ons nog vééél verder; en ze is – noteer – finaal onfeilbaar.

Voor ons ontvouwen geuren zich zelfs als angst, frustratie, stress, verdriet en wanhoop van stille teruggetrokken mensen figuren, want geur bereikt je tenslotte op elk adres, toch als de hond thuis is.

Bespaar ons de eindeloze mensenwoorden over de opeenstapeling van problemen en over wie wat te vertellen heeft. Verschoon ons vooral de bespiegelingen over de dramatische ontwikkelingen en de verwarring wanneer daar door de één anders wordt over verhaald dan door de ander.

De mens en zijn besognes, heeft het met nog wat anders te stellen dan woorden, want een wezen is uiteindelijk zo breed als zijn geur, dat weet elke hond.

Het waarnemingsvermogen van de mens is dus afgebrokkeld tot het niveau van een goudvis waardoor het zicht op leven nog uit een belachelijke notendop bestaat.

‘t Kan natuurlijk ook aan hun ziekelijke kuisziekte liggen, waardoor ze – wat echt lekker geurt nooit ervaren; verfrommelde appeltjes, bloeddoorlopene knaagdierkadavertjes, afgelebberde zwoertjes in een vuilnisbak, timide weglopende muizen in doodsangst, om nog te zwijgen van bedorven kaas onder plastic die – aan het oog onttrokken – druk bewoond wordt door nieuwe gasten.