Maand: augustus 2026

Het vuur uit het binnenste dat er toch maar zit

Beste lezer,

Nu de zomer in de stille fase is beland , de hitte geluwd en er slechts nu en dan een jong mens aanwezig is, kan Rasmus zich volledig toeleggen op het slapen en stoeien met zijn favoriete teefje.

Ikzelf geniet van muizen en ratten die door de droogte boven de grond worden gedreven om te worden opgewacht door de kat Remus en mijzelf.

Mateloos is de tijd en de stilte die ons nu gegund wordt en het is zo stil dat de kat op het allervlezigste gertitsel reageert.

De muis die sinds gisteren pogingen doet om een uitweg uit de grond te vinden vanonder onze priemende ogen en nagels houdt geduldig stand. Wij kennen de kunst van het wachten en beheersen ons daarin glorieus. Mooi.

Alsof ze geen notie heeft van de muis, begint de kat Remus zich te wassen en dat gaat er weer heerlijk aan toe, omdat haar vel na een tijdje zo opvallend glad is en zo ruim en toch wat gespannen. Ze doet het tegenwoordig liever zelf omdat ze onder het geweld van een hondentong van Rasmus, doorgaans wel beseft dat ze op de een of andere manier plotseling wel geheel verdwenen zou kunnen zijn. Ingeslikt om dat er toch iets niet deugde aan haar, bij nader inzien.

Maar eigenlijk toeft ze dus onbeweeglijk op het gras waar ze haar nagels weer een beetje in heeft geslagen, klaar om de muis te ontvangen.

Maar het duurt lang en na een lange tijd voelen we ons minder gelukkig want we merken dat we er een beetje af beginnen te raken, van dat geduldig en wezenloos genieten. Onze gedachten dwalen spoedig af naar andere knaagdieren die voornemens beginnen krijgen.

Maar dan doet de muis een ontsnappingspoging en de vaart is nog maar amper uit haar lijf of ze wordt door het vuur uit ons binnenste, dat er toch maar zit, verzwolgen.

Als er iets fataals gebeurt heeft men altijd behoefte aan de reconstructie ervan. In dit geval echter ging alles veel te rechtlijnig toe om nog te kunnen nakaarten ook voor de jongmens die het zag en hoorde ( het beestje piepte gesmoord ).

Het Rijk der Schaarste

Beste lezer,

Stilaan sta ik op gespannen voet met deze lange hete en droge zomer waarin alle leven tot schaarste wordt genoopt.

De vijver is gereduceerd tot een klein gelig plasje waarin het zompig stappen is. De appelboom lijkt het te zullen begeven en van pruimen is dit jaar geen sprake. Zelfs de wespen geven niet thuis.

De hete wind waait het stof uit de schapen die inmiddels naar de laatste graasplekjes zoeken.

De natuur is door de hitte deerlijk toegetakeld waardoor ik me stilaan afvraag wat nog overeind zal staan na deze droogte.

Het lijkt op een ravage door een balorige zon waarin verhakkelde stakkerds van bomen naar zuurstof en water snakken. Een macaber beeld van ontloofde stammen met de allure van kaalgeplukt gevogelte.

Op het domein staan hier en daar nog wat naakte stokken met een schraal kroontje getooid en daaronder takken die er als gebroken vlerken bijhangen.

Waar is de mens met al dat water gebleven ?? En hoe moet zo’n boom de kracht opbrengen om de waterige beslissingen van een mens te dragen ?