Beste lezer,
En als ik hem eens pak… dacht ik, toen een jonge, gemuilkorfde Chihuahua op het domein werd losgelaten want wat moet een vermoeide hond met een dergelijke situatie. Ik vond het beestje erg verontrustend. Met zijn muilband en regenjasje, had het iets zwaar overtolligs.
Het hondje leek geen punt te maken van zijn jasje en verdedigde allang niet meer zijn rechten op waardigheid die hem door de mensen was ontnomen.
In elk geval zag ik hem geen deel uit maken van een functionele roedel zoals ik die kende van vroeger, van de warme wal van het bestaan met gemiste oude jachtmakkers waarmee ik rond kloste, mijn vriendinnen Wiezeke en Nelleke waarmee ik passionele momenten deelde, zo naast elkander in kuiertempo, ten zeerste ontroerd door de mooie inrichting van de wereld die een jonge hond toestond om naast zijn vriendinnen en mentors te lopen in een innig gestemde vrolijkheid. Nu eens met de schouder, dan weer met de dij kleine duwtjes gevend, net zo lang tot mijn introverte zelve weer net zo vrolijk en lacherig werd als de voltallige groep vertrouwde vrienden. En als ik dan volledig glansde en volkomen week was geworden over zoveel gezonde en ongehavende compagnons werd ik meestentijds zeer gelukkig.
Want mijn jeugd had alleen een wereld gekend die voor mij uit lag en nu lag er achter mij ook een wereld! En daar lag ook mijn onrust en de troebele lust om tekeer te gaan tegen ieder die mijn rustig en wel verdiend verdriet wou verstoren. Eén van de jong mensen zei mij te begrijpen omwille van dat verdriet. Door dat verdriet raakte hij vol zwellende vochtige adem.



