Maand: oktober 2024

De warme wal van oude kameraden

Beste lezer,

En als ik hem eens pak… dacht ik, toen een jonge, gemuilkorfde Chihuahua op het domein werd losgelaten want wat moet een vermoeide hond met een dergelijke situatie. Ik vond het beestje erg verontrustend. Met zijn muilband en regenjasje, had het iets zwaar overtolligs.

Het hondje leek geen punt te maken van zijn jasje en verdedigde allang niet meer zijn rechten op waardigheid die hem door de mensen was ontnomen.

In elk geval zag ik hem geen deel uit maken van een functionele roedel zoals ik die kende van vroeger, van de warme wal van het bestaan met gemiste oude jachtmakkers waarmee ik rond kloste, mijn vriendinnen Wiezeke en Nelleke waarmee ik passionele momenten deelde, zo naast elkander in kuiertempo, ten zeerste ontroerd door de mooie inrichting van de wereld die een jonge hond toestond om naast zijn vriendinnen en mentors te lopen in een innig gestemde vrolijkheid. Nu eens met de schouder, dan weer met de dij kleine duwtjes gevend, net zo lang tot mijn introverte zelve weer net zo vrolijk en lacherig werd als de voltallige groep vertrouwde vrienden. En als ik dan volledig glansde en volkomen week was geworden over zoveel gezonde en ongehavende compagnons werd ik meestentijds zeer gelukkig.

Want mijn jeugd had alleen een wereld gekend die voor mij uit lag en nu lag er achter mij ook een wereld! En daar lag ook mijn onrust en de troebele lust om tekeer te gaan tegen ieder die mijn rustig en wel verdiend verdriet wou verstoren. Eén van de jong mensen zei mij te begrijpen omwille van dat verdriet. Door dat verdriet raakte hij vol zwellende vochtige adem.

Zie mij dan !

Beste lezer,

Mijn verhaal van de afgelopen weken kent geen enkele grappige gebeurtenis en toch verzeker ik u, dat het einde zo zal zijn, dat ge er niet eens goed gaat mee lachen, want zo ken ik u lezer, zo langzamerhand wel.

Het begon allemaal met een schreeuw om aandacht door een meisjesmens die hier afgeborsteld netjes toekwam; het gezicht geschilderd en gepoederd en met geschilderde lippen. Ik keek mijn ogen uit. Rasmus probeerde het gezicht weer schoon te likken waarop het meisjes gillend naar buiten liep. Het beloofde een bijzondere dag te worden.

‘Ik ben moe van het leven’, sprak ze, toen alles wat gekalmeerd was en Rasmus duidelijk begrepen had dat geschilderde gezichten niet mogen schoon gelikt worden.

Het was een uitspraak die niet tot een grote optimisme zou verleiden maar wel tot enig gedeeld verdriet dat het liefst door ander leed wordt getroost; bijvoorbeeld door het mijne.

Het moeten verduren dat anderen ook én meer aandacht krijgen van jongere of meer aandachtsbehoevenden (ik noem geen namen ) brengt ook bij mij een ongemak teweeg dat ik niet kan kwijtraken. En aan ongemak heb ik toch al geen gebrek, want mijn pupil belemmert mij in alles omdat ik, moe als ik langzamerhand ben geworden, meer dan eens verstoken blijf van de hoogstnoodzakelijke aandacht waar ik als beginnende senior recht op heb, zodat ik stilaan allerlei drama moet uitvinden om vooralsnog aandacht te krijgen.

De korte momenten van gelukzaligheid van onverdeelde aandacht en de focus op de verhindering daarvan door de kleine dragen bij tot een grote mate aan lusteloosheid.

De overdadige mens

Beste Lezer,

Ondertussen op onze site… ..

In de mistige herfstochtenden worden de machines en de mannen naast ons territorium nu steeds vager. Ze zetten hun werkzaamheden voort, maar nu gedekt en al haast opgelost in het grauwe licht. De bewegingen, van de machines worden stilaan zo pijnlijk alledaags dat een toeschouwer in de verte er doorgaans niet al te lang naar kijkt.

Ze wandelen als aan een koord dat de dood aan het andere eind strak in de hand hebben deze overdadige ijverige mensen, volop aan de gang nieuwe tronen te maken voor een leeg koninkrijk.

De rommelstroken die er zijn uitgegooid lijken er steeds meer expres te zijn aangebracht waardoor op droge dagen de wind een bijdrage aan vuil levert.

Stilaan is er geen mogelijkheid meer tot vergelijken. Er is niets meer te bespeuren van het leven dat er vroeger in aanwezig was. Integendeel. Het is negatief geworden, het is onmogelijk dat er iets is geweest: de leegte heeft het alsnog uitgeroeid postuum.

Een uitzicht dat ook in de zon iets droefgeestigs heeft. Dat komt misschien wel doordat de struiken, bomen en mossen, die aan de andere kant van de muur weggehaald zijn, plaats hebben gemaakt voor grote stenen en brede gladde wegen. Onwezenlijk zwart en volstrekt nutteloos zijn nu de schaduwen van hopen grond en stenen blokken.