Maand: januari 2024

Een geval op zichzelf

Beste lezer,

We hebben Jack nog nooit met een halsband of leiband gezien. Het wit vuilige kleine buurhondje toont voor geen levend wezen respect. Enige notie lijkt hij te nemen van de gigantische tractor van zijn baas waar hij met ware doodverachting aan bengelt als het gevaarte zich voortbeweegt.  Dat maakt indruk. Jack maakt duidelijk deel uit van het dorp en ieder die hem ziet, gaat respectvol opzij. Zelf gaat hij – principieel nooit opzij. Een eigenzinnig geval op zichzelf dat zich hier ieder dag bij zonsondergang ongevraagd komt binnen wurmen.

Een eenzame avondwandelaar, die ziet wat er uit de dag tevoorschijn is gekomen en hoe alles in het tanende licht langzaam vergrijst. Hij lijkt altijd somber, want kijkend naar de mensen en hun gedoe neemt hij duidelijk aan dat mensen een huidziekte van de aarde zijn en niets meer.  En dat het einde van die ziekte in zicht is, omdat de aarde eraan te gronde gaat, zodat de ziekte moet zien over te slaan op een andere landingsbaan om zich in stand te houden.

Hij is bekend met alle honden en mensen uit de wijde omgeving. Hij weet dat alles wat daar leeft wel eens kijkt naar elkaar, maar niet om gevolgtrekkingen te maken. Misschien zijn er wel schepseltjes die azen op het stoffelijk overschot van zijn prooien en onder hen leven misschien ook wel madegezinden, zoals onze ongenode huisgenoot, de kater Remus, één van de weinigen die geen respect wenst te betonen aan Jack.

In zijn dooie eentje werkt hij licht vermoeid zijn vaste bezoeken in de buurt af.

Waarom heeft hij er zo’n behoefte aan om iedereen te zien, vraag ik me af.

Eén van de jongmensen die hem ziet leunen tegen de omheining vermoedt dat Jack hopeloos eenzaam moet zijn en dat hij zijn verlangen naar een vriend verpest door zo afstandelijk te doen. Hij heeft een punt.

Jack komt, plast en staart en plast en staart, de vrijbuiter en lacht duidelijk met ons ‘brave honden’. Het voelt altijd lullig om tegenover hem te staan.

Alleen dus, altijd alleen.

Onze belangstelling voor hem betekent eigenlijk dat hij nu niet zo veel langer alleen wil blijven, denk ik.  Misschien is zijn queeste het gevolg van een hopeloos verlangen naar goed ruikende vriendschap, warm, geurend, ja zwaar beneveld van geuren die je tegelijkertijd omhoog stoten van verrukking en neertrekken in diepe nieuwsgierigheid. En in zijn wereld, waarin hij zichzelf graag met eigen ogen ziet rennen, is het voor hem misschien net alsof je met tweeën bent.

Ieder is zichzelf het naast

Beste lezer,

Het is niet bevredigend. Dat dacht ik toen een zwarte labrador Abby met zijn baasje ( met even zwarte blik ) zelfgenoegzaam alle ruimte, speeltjes en stokken innam die in de onmiddellijke omgeving van de jongmensen en honden te vinden waren.

‘Schraapzucht’, merkte Titus schamper op en met deze opmerking was de duo-formule, baas – hond tot een bezwering geworden en had men verder rustig kunnen zwijgen ware het niet dat het duo alle lucht uit de ruimte leek te zuigen.

Het uitputtende staren van de hond die klaar leek alles en iedereen aan te vallen, die hem zijn stuf:  – stokjes, lapjes, hapjes… – wou afnemen, was vermoeiend voor ons honden, maar ook voor de aanwezige jongmensen, maar niemand wist goed hoe hij weg kon komen en dus bleef iedereen onbeweeglijk zitten. Mijn mens begon dit duidelijk een nijpende toestand te vinden, dus ze maakte er een eind aan.

‘Doet uw hond weleens aan sport?’ vroeg zij aan de donkere mens.

Vermits dit meestal het sein was voor een agilility competitie met een hond die waarschijnlijk toch ging verliezen, hielden wij dit al jaren voor een zeer geestige en ondeugende vraag. De vraag droeg het kenmerk van onuitvoerbaarheid met zich mee – wat mij betreft.

‘Hij wandelt veel’ stamelde de mens die duidelijk verveeld zat met de vraag.

Is het goed als hij vandaag eens sport, samen met de andere honden?

Abby’s mens keek onzeker. Haar blik dwaalde bezorgd af naar haar hondje dat een vreemd soort kruiperige vriendelijkheid toonde bij haar en duidelijk ieder moment bereid was haar te likken.

Abby voelde dat zijn leven op punt stond te veranderen toen hij naar onze tribune werd geleid om zijn beurt af te wachten voor zijn eerste sportprestatie. Het was de verdienste van één van de jongmensen om Abby eventjes af te leiden van zijn mens-obsessie en zijn ‘stuf’ dat nu onbewaakt was achtergebleven, klaar voor een andere hond om deze te inspecteren.

Abby voelde het enthousiasme van de andere honden en begon van gegrepenheid te kwijlen.

Toen het zijn beurt was en hij samen met Titus het parcours mocht lopen trachtte hij in zijn gevoel van feestvreugde zo hard mogelijk tegen Titus aan te botsen. En toen nog eens en weer een keer opnieuw, maar dit keer heel erg stevig, zodat hij midden op Titus’ buik botste en beiden een erg raar geluid maakten. Er kon geen twijfel bestaan, Abby probeerde te spelen. Titus slikte de frustratie weg en zette zich schrap voor een volgende aanval. Abby kwam nu aanhollen met de woeste allure van een hond die de hele santekraam eens in elkaar zal donderen en dan, als hun haren elkaar raakten, tuimelde Titus over kop, terwijl Abby als een bal wegsprong. Dit alles leek op een vreemde manier heerlijk en de jong mensen zaten ademloos toe te kijken. Maar plots :