Maand: juni 2023

Een beledigend tekort aan opwinding

Liefste lezer,

Het prille mensenjong dat telkens overheerlijk lekkers meebracht voor iedereen, was erg alleen, maar hij was niet warm van het leven.  Rond hem hing een zweem van koningschap op een zelfgebouwde troon, goedmoedig op ons neerkijkend, gul rondstrooiend met goodies voor mens en dier. Hij bracht het lekkerste mee dat hierbuiten te krijgen is en zou zo onze eeuwige trouw en waardering verzekeren.

Hij moest duidelijk gespaard worden, zo werd gezegd… Gespaard van de (plotse) wendingen van het leven, gespaard van elke inspanning die hem mogelijkst zou gaan vermoeien en gespaard van elke ervaring die hem uit zijn evenwicht kon brengen. Zijn evenwicht was de troon en de dienaars die er rond hingen. Het lekkers dat hij meebracht was ons aas, zodat ook wij zijn dienaars zouden gaan worden. De grote doos koeken voor de mensenjongen moesten hem van vrienden verzekeren.

Hij was vermaard om zijn luiheid, maar ook omdat er altijd iets bijzonders met hem aan de hand was.

Deze mensenpup had het duidelijk voor elkaar…

Maar vorige week kwam hij enigszins tot een vaag besef van de ware aard van zijn leven en zijn omstandigheden, toen hij niet langer goodies mee mocht brengen van mijn mens.

Hij kwam boos toe en zat beduusd op zijn troon. Maar er moest die dag hout verzameld worden voor de winter en dus begaven we ons met alle honden, mensen en wielwagentjes, op het domein om houtstukken te apporteren en weg te voeren.

Het troonkind leek nu in aanraking te komen met een geval die zijn gehele orde op haar grondvesten deed trillen. Met zijn ziel onder zijn arme slenterde hij mee. Hij voelde zich duidelijk slachtoffer van de situatie.

‘Ik kan dat niet’ was de eerste reële uitspraak. Hij wachtte, tot er dienaars zouden verschijnen, maar toen die niet kwamen zei hij: ‘Daar zal je spijt van krijgen. Als mijn moeder hier van hoort!!’

Zoetsappig is de vlucht

Opgewarmde lezer,

Omdat hij iedere boom en konijnenhol zo goed kent, en het er zo allemachtig veel zijn, lijkt het voor Titus doorgaans dat hij in een omvangrijk woud leeft. Bovendien leert hij ieder hoekje en ieder beestje steeds beter kennen omdat hij er zo vaak langs komt en op die manier zou de tevredenheid over de verscheidenheid moeten groeien.

Maar toen hij afgelopen week niet op appel was voor het ochtendeten en hij officieel zoek was leek zijn tevredenheid zich in een andere regio af te spelen.

Na wat roepen hoorden we hem zielig janken en een magistrale rol vertolken terwijl hij – hoofd gebogen – ogenschijnlijk lam van de zenuwen op de begraafplaats zat te wachten om opgehaald te worden. Hoe hij aan de overkant was gekomen was een raadsel daar een snelle inspectie van de omheining geen onregelmatigheden vertoonde.

Al snel werden we een geur van koeienvlaaien gewaar die als een mist rond Titus hing. Gesnapt, betrapt!

Samen met een jongmens, die ook al eens graag de benen neemt, probeerden we een reconstructie van de feiten te maken.

In de draadomheining vonden we uiteindelijk een vakkundig gebeten gat, net groot genoeg voor Titus. Vanaf dit gat was maar één richting, namelijk die richting de koeien en hun vlaaien en dus de weg van de zoetsappige vlucht, het grote jaarlijkse genoegen van Titus onder het vrolijke motto:’Ik schuifel heel lief rond, mijn enige spoor is stront’.

Men kan hem al een enigermate losgeslagen figuur noemen want hij had zijn besluit om zijn terrein te verlaten reeds een tijd geleden gemaakt.