Maand: maart 2023

De grap is voorgoed bedorven

Beste lezer,

Om minder zichtbaarheid te geven aan zijn respectabel gewicht, verdwijnt de hond Titus dezer dagen met graagte in het donkere water. Men ziet hem dat gewicht niet aan omdat de uitdrukking van zijn kop zo sterk is. Het zijn zijn stout-dromerige ogen die maken dat men eerder niet naar de omvang van zijn gedaante kijkt, maar tracht te gissen waar die dromen heen gaan.

Het schuilen onder water, is al bij al een ietwat trieste vertoning vinden de jong mensen die naar hem staren terwijl hij rondjes trekt. De reden van deze gênante vertoning is terug te brengen naar een oud zeer, een misplaatste grap:

‘Hoe gaat het met de stroomlijn?’ wordt dan aan zo’n zeehond gevraagd. Dat was vooreerst nog grappig, maar toen één van de jong mensen er een opgeblazen, niet mis te verstane beweging had bij gemaakt was Titus bijzonder zwaar verstoord en was de grap eigenlijk voorgoed bedorven. Titus weigert in zo’n geval nog naar iemand toe te gaan en gaat in kwade afzondering. Als hij ook nog eens het adjectief ‘toerenteller’ krijgt toegeworpen is de feestvreugde volledig weg.

Zoals we hem kennen probeert hij dan onverstoorbaar te doen alsof er niks aan de hand is, maar ik bemerk – midden in zijn zwem repertoire –  een akelig gespannen bovenlip.

Aan de kant van het water een jongen met een neiging tot absolute controle, in regel hyper alert en beoordelend en uitermate nerveus. Zenuwachtig lachend om Titus die probeert niet te reageren op de bespottingen voel ik dat het de verkeerde kant uitgaat met hem.  Zijn lach wordt steeds scheller, killer, gemeen zelfs. Het maakt dit evenement tot een kervende aangelegenheid die plots niet meer grappig is. Titus zwemt traag verder terwijl hij uit zijn ooghoeken loert naar de jongen die nu luid spottend naar hem wijst en rusteloos hikt van het lachen.

Het zwijgen versteend

Beste lezer,

Hij had het kleine eiland van samenhoren tussen de honden onbewust de rug toegekeerd en waarschijnlijk was hij er nooit echt geweest, de kleine, drukke hond Toby.

Er was geen beest zo fladderend, druk en luid als hij. Zijn kop en lijf waaiden mee met elke geur, elk geluid of zelfs elk zuchtje wind dat hem passeerde. Iedereen probeerde zo ver mogelijk uit zijn wervelwinderigheid te blijven. Ikzelf probeerde hem tot rust aan te manen maar hij was te ver heen en leek in het centrum van zijn eigen windhoos te verkeren.

De honden en jong mensen werden er nerveus en erg prikkelbaar van.

Een meisje dat evenzeer gebukt ging onder een gelijkaardige overrompeling van prikkels en het gedreun van de wereld zo stil en wezenloos mogelijk probeerde te ondergaan, begon zich bij het fenomeen Toby nog kleiner, stiller en onzichtbaarder te maken.

Als de storm raast draai je je in een bolletje. Het zwijgen van het meisje was dan ook stilaan versteend geraakt, van verbittering maar ook van vermoeidheid. Wij honden begrijpen dat.

Toby werd dan ook al snel in een holletje ondergebracht om tot rust te komen, een bench, helemaal bedekt met dikke dekentjes zodat Toby vanuit zijn hol naar de wereld kon gluren.

Want zo’n onrustige prikkelwindhoos, lijkt dan misschien wel op een feestje, maar het is – wat mij betreft – niet feestelijk maar irritant om met de wind mee te gaan als die bijtend is, maar het is wel bevredigend om hem na te kijken, vanuit een verblijf dat net iets donkerder is dan daarbuiten. Het lijkt wel op een nestje, warm en goedig in de luwte. En stil. En doezelig. Stil genoeg voor de rust. Het meisje ging nu dichter bij het vuur zitten.