Maand: september 2023

Het ingekookte leven

Beste lezer,

Laatst, met de hitte gingen we met alle honden en mensen uit, om te zwemmen op een propere weide met een propere vijver, een propere ervaring dus die ons – bij aanvang – enigszins benauwde maar, goed. Een feestje dus, de beest loslaten, zwemmen en bokkensprongen maken met alle honden en jongmensen. Allemaal behalve eentje.

Een zomerherinnering :

We hebben bij ons een jong meisjes-mens die erg op de rand van het bestaan leeft en besluiteloos is omtrent het doel ervan. Ze is erg groot, erg zwaar en erg traag. Ze lijkt ons en ons feestje niet op te merken en het lijkt haar als een groot geluk te overvallen dat ze in de schaduw van de enige boom én van het leven kan blijven zitten aan de rand van de zwemvijver. Af en toe siddert ze als haar adem lijkt te stokken.

Ik kijk haar aandachtig aan.

Ze denkt en ze denkt… Ze denkt met de uiteinden van haar lijf van de ene hand tot de andere. Alles daartussen denkt en bij al dat denken valt het lijf dan – nog nawiegend – stil.

Ze laat zoiets gaarne voortduren want het is blijkbaar heerlijk. In haar hoofd gaat alles zeer ongemerkt, maar overdadig toe. Zij is onmiskenbaar bij zichzelf beland in dit denken en merkt het water, de vijver en de zon niet op. De slotsom is een versuffing die haar leven heeft ingekookt als een dikke brij.

Af en toe komt uit haar mond een heerlijke aanvulling en murmelt ze iets. Die aanvullingen zijn – denk ik –  van aangename aard want ze glimlacht en heeft de ogen toe. Maar hoewel er geen bedreiging is te bespeuren, heeft ze toch haar nagels in de handen gedrukt en knijpt ze zichzelf vast.

Als ik haar samen met de andere honden nat kom schudden, kijkt ze ons geïrriteerd aan. Haar roerloosheid is verstoord.

Dodelijk proper

Beste lezer,

Nu eventjes serieus.

Ieder weldenkend beest weet dat hij de poten moet nemen als een zelfvoldaan mens de woorden uitspreekt; ‘t Zal proper zijn’, of erger nog ‘Nu zal hij proper zijn’, waarbij de hartslag van de mens duidelijk versnelt en de uitdrukking in de ogen licht wazig wordt. Alle zorgvuldig samengestelde geurende hebbedingetjes worden bij elkaar geveegd zodat, als je de ruimte besnuffelt die je toch goed hebt gekend, het lijkt of alles is vernietigd, schaamteloos weggenomen.

Dat is vervelend voor elk, bij de mens levend beest, maar meestal niet dramatisch.

Tot enkele dagen geleden de zin werd uitgesproken hier door enkele mensen die zich als roedelleiders van de omgeving leken te gedragen en de beruchte zin uitspraken terwijl ze vergenoegd in de verte tuurden. Onheilspellend voelde het aan en dus waren we de ganse dag op onze hoede, maar het onheil geschiedde pas na de volgende zonsopgang.

Ze hadden het weer mee, de slopers die hier rond het domein landden die dag en de vele dagen daarna met reuze grijpmachines alles proper begonnen te maken. Ze bewogen zich door het groen in een sfeer van vreemde glorie. Geen veegborstels, maar verdrijvers van alle groen en leven. Alles wat in de weg stond, liep of vloog, werd verwijderd. Over proper discussieert de mens niet.

Wie poten heeft, is – in een dergelijke situatie – bij de twijfelachtige gelukkigen. Wie wortels heeft kan niet anders dan het noodlot te ondergaan. Dieren en planten gaven en geven noodgedwongen hun jarenlange geborgenheid prijs.

Inmiddels maakt het vele leven nu plaats voor zandbergjes (???? ) en paadjes waarop de mens die erop zou gaan lopen ook proper kan blijven.