Maand: juli 2026

De wanhoopslijn van het leiderschap

Beste lezer,

Er moet mij toch eventjes iets van het hart. Het is niet langer pruimbaar voor mij.. die rustige duwtjes in de rug op weg naar het heilige leiderschap waar de mens zo bespottelijk vaak de mond over vol heeft.

De onmogelijkheid om als leider het absolute minpunt te bereiken is een geruststelling die me van een goede nachtrust verzekert. Want als er iets is waar alle jongeren het over eens zijn dan is het wel dat ik me zal blijven verzetten tegen het keurslijf van het leiderschap.

Ik ben er geen liefhebber van, en het ontzag dat ermee gepaard gaat is mij vreemd.

Eerst dacht ik nog dat ik het voor mekaar had, het lang verwachte  – mij opgedrongen! – leiderschap. Dat was voor de komst van een knappe zelfzekere teef , duidelijk een geboren leidster die hier snel en efficient de lakens kwam uitdelen, waarna ik haar met graagte kon volgen.

‘Zou hij een geboren leider zijn, het zou hem niet zo veel moeite kosten’, opperde één van de jongeren hiermee mijn onbenul op dat vlak inpeperend.

Zoiets stemt enigszins droevig. Mijmeringen over de aard van aangeboren leiders, vermoeien mij mateloos.

Maar wat mag dat dan wel zijn een leider ?

Mijn mens hoopt stiekem dat ik me verder kan ontpoppen tot half troetelpup, half leider en dat de andere rampetampende honden naar mij kunnen komen om hun geschillen aan mij voor te leggen, hun onrust, hun stress en hun verwarring in mijn poten te gooien en als ik geen kans zie een voor alle partijen bevredigende oplossingen te bedenken, ben ik de pineut.

Onder een fatsoenlijke dekmantel

Beste lezer,

De onhebbelijkheid van de mens om de natuurlijke orde der dingen op te fokken om dat vervolgens als schattig te benoemen is genoegzaam bekend maar soms gaat men ook hier net nog een stapje verder, ik verklaar me nader..

Roof- en prooidieren hebben met elkaar geen uitstaans tenzij op momenten van intens spel en confrontatie. Het is niet omdat ik een vriendelijke Golden ben dat mij dit principe niet gekend zou zijn.

Een prooidier dat uit de buurt blijft of paniekerig weg loopt is een fenomeen om zonder meer blij van te worden. Als dat nog eens gepaard gaat met een wit konijnenstaartje dat bij wijze van witte vlag de overgave aankondigt kan de lol niet op.

Nog leuker is dat je er als roofdier zonder het minste schuldgevoel mag achteraan gaan. Al moet je niet overdrijven gezien de beperkte capaciteit van het darmgestel.

Welke hond rent niet graag als een bezetene achter een konijn of lam want alles aan prooidieren is sympathiek, niet in het minst dat zij vaak met meerdere zijn, en samen paniekerig verschijnen.

Wij achten ons gelukkig en likkebaarden want de vele kleine lammetjes die hier nu rondlopen zijn de zachtaardigste en vaak de traagste onder de prooidieren, zachter dan opgepompte perziken, met wollige rondingen, mollige buikjes waar je als roofdier maanziek van wordt.

De mens doet in deze vaak hazenschuw als het over het veroveren van een prooi gaat, tenzij nadrukkelijk gevraagd wordt, een spin, een muis of een rat te vangen. Begrijpe wie begrijpe kan, alsof wij liever een rat zouden vangen.