Beste lezer,
Gezien geen levende ziel mij een nieuwjaarsbrief geschreven heeft, schrijf ik vandaag aan het begin van het nieuwe seizoen een brief aan mezelf. Dat werd de hoogste tijd gezien het brievenschrijven meestal één richtingsverkeer is waarbij ikzelf verstolen blijf van enige respons.
aldus,
Beste Titus,
Je snapt het inmiddels; verdriet mag je niet gemist hebben in het leven. Het afgelopen jaar heeft het je platgeslagen toen jouw goede vriend en coach, levensgezel en werkmakker plots dood ging.
Zo begint menig treurig verhaal.
Na de mokerslag kwam het besef dat een nieuwe fase in het leven niet te vermijden valt, hoe hard je er ook tegen vecht. Je snapt het, het gaat over zich overgeven aan iets nieuws, iets anders en in mijn geval aan een nieuwe rol. De mens handelt in rollen, zo besef je nu, en hij lijkt er alles van te weten om zich vervolgens met meerdere rollen in de problemen te werken.
En dan had je Rasmus, en zijn erupties van onozele lolligheid leken de treurnis te moeten bezweren.
Zonder opscheppen, jij weet nu wat je moet doen als je een groot verdriet heb. Vroeger zette jij je tanden op elkaar om dan te wachten tot het over gaat maar tanden blijken niets te kunnen beginnen tegen verdriet.
Bovendien had jij lak aan zo’n nieuwe positie. Net als veel jong mensen twijfelde jij of je de rol van coach wenste aan te nemen. Jij begrijpt hen. Maar jouw mens was onverbiddelijk en plaatste je – als leermeester van Rasmus- in een nieuwe rol.
Jij – beste Titus – weigerde, trok je terug in een bench om duidelijk te maken dat het aan jou niet gegeven was. En sinds wanneer wordt een hond, omdat hij toevallig zijn maat kwijt is, zomaar een roedelleider ???
Tjee. zat die even goed.
Gadverdamme..
Je vond ze een overbetelijk zootje, die groepjes honden. Ze zijn druk en eisend en iemand moet blijkbaarde rust bewaren, alleen zou die iemand niet jij zijn. Jouw mens moest het maar uitvlooien want als verdrietige hond vond je het leiden storend . ‘Ik bent niet gek’, dacht je, ‘Je zal je daar een beetje laten opfokken door die kleine opdonders die jouw rust komen verstoren.’
Wat moest je trouwens denken van alle jongmensen die er alles aan deden om jou te helpen met je verdriet, terwijl ze zelf in scherven lagen na Nexus’ dood.
Je kreeg drie huil- en schuilplaatsen met matjes en dekentjes waar je je terug kon trekken maar ze leerden je ook recht en stevig te blijven in tijden van conflict en onrust.
Blaffen bij stress werkt niet .. zo veel weet je nu al.
En zonder opscheppen, je leerde snel want goedbeschouwd is een stille leider nog steeds vele malen krachtiger dan een luide leider.. Zo zie je maar weer, waarde vriend.
Op dus naar de oude roedeltaal die Nexus zo vlot kon hanteren… de taal van mijn voorouders waardoor de rust in de groep bewaard kan blijven en wat later gaf jij je – met een verpletterende vanzelfsprekendheid – over aan je nieuwe zelve en werd je verdriet een ietwat verdwijnende schaduw.
Jouw dichte vriend
Titus




